In de pers: ´Uitgebuit en met lege handen´

‘Een totale mislukking.’ ‘Een humanitaire catastrofe’, zelfs. Talloze sans-papiers die einde 2009 op de regularisatiecampagne intekenden en via werk papieren probeerden te krijgen, hebben die nooit gekregen of zijn ze ondertussen weer kwijtgespeeld omdat ze te lang op een antwoord van de overheden moesten wachten of omdat hun werkgevers hen bedotten. ‘Nooit werden zo veel mensen uitgebuit als in de schaduw van deze campagne.’

De Standaard, 01/02/2014 I Yves Delepeleire

Jarenlang was Malik een sans-papiers. In 2004 kwam hij van Marokko naar ons land in de hoop werk te vinden.

‘Ik heb veel banen gehad, maar ik was vooral bedreven in metaaldraaiwerk. Ik werkte bij een bedrijf in Brussel dat me 5 euro per uur gaf. In het zwart, natuurlijk. Ik had geen papieren. Ik klopte veel uren en verdiende tot 800 euro per maand.’

In 2009 hoorde Malik dat de overheid een regularisatiecampagne organiseerde. Wie al lang illegaal in het land was en een werkgever vond die hem een arbeidscontract wilde aanbieden, kon bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een dossier indienen om te worden geregulariseerd (zie inzet).

‘De baas voor wie ik al werkte, ging akkoord’, zegt Malik. In mei 2011 kreeg hij zijn arbeidskaart, enkele maanden later ook zijn verblijfsvergunning, beide geldig voor één jaar.

‘In het arbeidscontract stond dat ik 9,36 euro per uur zou verdienen – alles volgens de regels. In werkelijkheid kreeg ik 5 euro, zoals voorheen. Mijn baas vond 9 euro veel te veel.’

Malik haalt de schouders op. ‘Ik heb nooit wakker gelegen van het geld. Het belangrijkste voor mij was enkele jaren met de arbeidskaart aan de slag te kunnen blijven, zodat ik na drie jaar een definitieve verblijfsvergunning zou krijgen.’

‘De eerste drie maanden liep alles goed. Ik kreeg elke maand mijn loonfiche, opgesteld door een sociaal secretariaat. Toen stopte het plots. Ik dacht dat mijn baas ervoor had gekozen om driemaandelijks de sociale bijdragen te betalen en dat de loonfiches later zouden volgen. Ik zocht er niet veel achter, ik wilde ook geen druk zetten door mijn baas veel vragen te stellen. Hij was als een grote broer voor mij.’

‘Pas na een jaar, toen ik mijn arbeidskaart voor het eerst moest laten verlengen, ontdekte ik dat hij al die maanden geen sociale bijdragen had betaald. Zonder loonfiches kon ik niet bewijzen dat ik werk had.’

Jaren wachten op antwoord

Malik diende een klacht in bij het Toezicht op de Sociale Wetten, maar kreeg geen nieuwe arbeidskaart en verloor zijn verblijfsvergunning. ‘Vijf jaar heeft hij me uitgebuit. Hij moet me zelfs nog 3.000 euro. Maar na al die jaren heb ik niets. Terwijl ík niets verkeerd heb gedaan.’

Malik is niet de enige die na jaren met lege handen achterblijft. Organisaties in Brussel die met sans-papiers werken, bestempelen de regularisatiecampagne op basis van werk als een ‘totale mislukking’.

‘Zeg maar een humanitaire catastrofe’, zegt Jan Knockaert van de Organisatie voor Clandestiene Arbeidsmigranten (OR.C.A).
Vier jaar na de regularisatiecampagne van eind 2009 krijgt hij nog altijd migranten over de vloer die nooit een arbeids- en verblijfskaart hebben gekregen of die ondertussen weer zijn kwijtgespeeld, buiten hun wil om.

Ook Meeting, een onthaal- en steunpunt voor mensen zonder wettig verblijf, ziet nog elke maand migranten die terug bij af staan. ‘Er zijn zelfs sans-papiers die na vier jaar nog altijd op een antwoord van de DVZ wachten’, zegt Karen De Clercq.

De trage afhandeling van de dossiers ontnam bij veel migranten al bij voorbaat de hoop om te worden geregulariseerd. Knockaert: ‘Als sans-papiers een, twee of drie jaar op een antwoord van de DVZ en de gewesten moeten wachten, is het toch logisch dat hun kandidaat-werkgever tegen die tijd al lang iemand anders heeft aangeworven.’

Wie zijn arbeidscontract op die manier door zijn neus geboord zag, had weliswaar drie maanden de tijd om zich in regel te stellen en een nieuwe werkgever te zoeken die voor hem een arbeidskaart wilde aanvragen. Maar recht op arbeidsbemiddeling, van de VDAB of Actiris, kreeg hij niet.

‘Deze mensen werden daardoor gedwongen om in eigen kringen, het informele circuit dus, te blijven zoeken naar een werkgever. Dat heeft geleid tot veel uitbuiting’, zegt De Clercq.

In de macht van hun baas

‘Zo zijn er werkgevers die mensen zonder papieren alleen wilden helpen als ze hun arbeidscontract kochten, voor 1.000 of 3.000 euro. Velen hebben nooit een arbeidskaart gekregen, omdat na controle hun werkgever malafide bleek te zijn. Mensen zonder papieren die wel konden worden aangeworven, bleken nadien door hun werkgever te worden verplicht om zelf de sociale bijdragen te betalen, om veel meer uren te werken dan normaal en tegen een lager loon dan contractueel bepaald.’

De Clercq: ‘Dat ligt aan de manier waarop de politieke partijen de campagne hebben georganiseerd. Met een arbeidskaart B kan een geregulariseerde arbeider niet zomaar van werkgever veranderen. Hij is verplicht bij die ene werkgever te blijven die voor hem een kaart heeft aangevraagd. Zoniet verliest hij zijn arbeidskaart en verblijfsvergunning. De werkgever heeft daardoor veel macht – en weet dat. Nog nooit zijn zoveel mensen uitgebuit als in de schaduw van deze maatregel.’

Wie toch de moed had om een nieuwe baan te zoeken, begon aan een zo goed als onmogelijke opdracht. Niet alleen moest hij, zonder arbeidsbemiddeling, die nieuwe werkgever vinden voor zijn verblijfsvergunning van een jaar verviel. Bovendien mocht hij alleen een nieuwe arbeidskaart aanvragen voor een job in dezelfde sector.

‘Dat heeft tot absurde situaties geleid’, zegt Knockaert. ‘Zo heb ik weet van een man die met zijn eerste arbeidskaart als bakker aan de slag was en bij een nieuwe werkgever als patissier wilde werken. Niet volgens de regels, vond het gewest.’

Bij de verlenging van hun arbeidskaart, elk jaar, werden veel mensen ook telkens met nieuwe hindernissen geconfronteerd. De Clercq: ‘Zo voerde de sociale inspectie, in het kader van de regularisatiecampagne, veel controles uit bij werkgevers die voor mensen zonder papieren een arbeidskaart hadden aangevraagd. Niet een keer, maar soms twee tot drie keer.’

Evaluatie onmogelijk

‘Werkgevers voelden zich opgejaagd. Ze gaven de schuld aan de arbeider en zagen hem liever weer vertrekken. Het is pervers dat zo veel mensen hun zuurverdiende papieren weer zijn kwijtgespeeld. In hun ijver om malafide werkgevers te betrappen – wat we uiteraard steunen – heeft men veel arbeiders terug de illegaliteit ingedreven’, besluit Knockaert.

De verhalen zijn legio. Toch is het moeilijk om de economische regularisatiecampagne objectief te evalueren. Gevraagd naar cijfers over dit onderdeel laat de DVZ weten er geen te kunnen geven. Noch over het aantal voorwaardelijke regularisaties, noch over het aantal effectieve regularisaties, noch over de mensen die hun papieren alweer hebben verloren. De uitleg luidt: ‘Wij hebben globale cijfers, maar hebben die niet systematisch, per criterium, bijgehouden’.

Het Waalse Gewest schiet gelukkig te hulp. Om de drie maanden maakt Wallonië een evaluatie van de impact van de regularisatiecampagne – wat niet van Vlaanderen kan worden gezegd.
In de laatste nota, van vorige week, staat dat van alle sans-papiers die eind 2009 bij Vreemdelingenzaken een dossier hebben ingediend, er 7.720 een brief hebben gekregen met het nieuws dat ze worden geregulariseerd, op voorwaarde dat ze een arbeidskaart kunnen bemachtigen. De DVZ stuurde die brieven, geval per geval, systematisch naar alle gewesten.

Uit andere bronnen (jaarverslagen van de DVZ en parlementaire vragen) blijkt dan weer dat tot en met halfweg 2012 3.250 sans-papiers op basis van dit criterium zijn geregulariseerd. Omdat het gros van de dossiers toen al was behandeld en omdat in 2012 en 2013 in totaal nog weinig mensen zonder papieren zijn geregulariseerd, zijn daar nadien vermoedelijk amper een paar honderd personen bijgekomen.

‘Dat de federale overheid niet in staat is om een objectieve evaluatie van deze campagne te maken, begrijp ik echt niet’, zegt Knockaert. ‘Volgens mij probeert ze de vis te verdrinken, zodat ze niet hoeft toe te geven dat de campagne is mislukt. Maar dat naar schatting amper de helft van de sans-papiers de eerste fase van de procedure heeft overleefd, zegt toch genoeg.’

‘Ik vraag me af hoeveel mensen erin geslaagd zijn om zonder problemen na deze campagne een definitieve verblijfsvergunning te bemachtigen via een arbeidskaart. Als 500 sans-papiers de finish hebben gehaald, zal dat nog optimistisch geschat zijn, vrees ik.’

Uitzonderlijke situatie

Vreemdelingenzaken weigert over een mislukking te spreken, integendeel. ‘De campagne had niet tot doel iedereen te regulariseren, wel om duidelijke criteria op te stellen en om alle dossiers binnen een redelijke termijn af te handelen. Dat is een andere parameter als die van het middenveld’, zegt woordvoerster Katrien Jansseune. ‘Dat er mensen zijn die jaren op een antwoord hebben moeten wachten, kan ons misschien verweten worden. Maar gezien het grote aantal aanvragen, zijn de meeste dossiers snel verwerkt. Daarom spreken wij van een succes.’
‘Het is heel makkelijk voor de overheid om nu te zeggen: de migranten hadden hun contract maar niet moeten kopen, ze hadden toch tijd om een andere werkgever te zoeken. Maar het is de Belgische overheid die dit probleem heeft gecreëerd’, zegt Knockaert.

‘Het zijn de werkgevers die de sans-papiers hebben uitgebuit. Wij hadden al van in het begin voor de gevolgen gewaarschuwd, maar men heeft niet willen luisteren. De politici kijken weg van het probleem, maar moeten dit oplossen.’

Een collectief van middenveldorganisaties, zoals OR.C.A en Ciré (de Franstalige tegenhanger van Vluchtelingenwerk) en de vakbonden ACV/CSC en ABVV/FGTB, vroeg half december aan de bevoegde staatssecretaris Maggie De Block (Open VLD) om de zaak recht te trekken, bijvoorbeeld door gedupeerden alsnog een verblijfsvergunning toe te kennen. Knockaert: ‘De regering creëerde met deze maatregel een uitzonderlijke situatie. Nu het falen blijkt, past het ook een bijzondere maatregel te nemen om uit de impasse te geraken.’

De Block wil niet reageren ‘omdat het gaat over een beslissing van 2009, vóór onze tijd’.

Boete voor malafide baas

‘Dat is makkelijk’, zegt Knockaert. Hij is ongerust. ‘Er broeit iets in Brussel. Er ontstaat een nieuwe generatie van gefrustreerde sans-papiers omdat de overheid het hen zo goed als onmogelijk maakt uit de clandestiniteit te treden en omdat ze telkens weer met hun hoofd tegen de muur lopen en terug bij af staan. Over enkele jaren zullen we worden gedwongen om hier weer een antwoord op te vinden.’

Een nieuwe regularisatie op basis van werk, waarbij sans-papiers een arbeidskaart moeten aanvragen, is voor Knockaert geen optie. ‘Elke procedure, hoe je die ook organiseert, zal uitbuiting in de hand werken. Het probleem moet aan de bron worden opgelost. Vandaag is het voor een laag- of ongeschoolde Marokkaan of Tunesiër zo goed als onmogelijk om legaal in België te komen werken. Maak economische migratie voor hen makkelijker, dan zullen ze niet illegaal in Brussel hoeven rond te lopen.’

Malik slikt zijn emoties door. Zijn lippen trillen. Hij is ten einde raad. Gedegouteerd ook, zegt hij. ‘Toen ik mijn verblijfsvergunning al verloren had, heb ik nog gewerkt op een manège nabij Charleroi. Nu overleef ik door hier en daar een dag te werken, voor 20 euro per dag’, zegt hij. ‘Ik moet de pagina omslaan, maar ik kan nog altijd niet geloven dat ik opnieuw sans-papiers ben.’

De arbeidsauditeur sleepte zijn baas voor de arbeidsrechtbank. ‘Wat al heel uitzonderlijk is’, zegt Knockaert. De man werd onlangs veroordeeld tot een boete van 2.000 euro. Maar zijn achterstallig loon heeft Malik nooit gezien. Het vonnis verandert ook geen zier aan zijn verblijfssituatie. ‘Ik heb alles gedaan om mij in orde te stellen. Ik heb in Marokko alles achtergelaten. Nu heb ik niets meer. Ik weet niet wat me overkomt.’

__

‘Mijn baas zei dat hij controle kon missen als kiespijn’

01/02/2014 | yd

Na jaren van werken in België heeft Goldi uit India nog steeds geen verblijfsvergunning. ‘Het is de schuld van het systeem.’

Goldi (26) kwam in 2005 uit India naar België. ‘Na een jaar vond ik werk. Ik kon in Brussel aan de slag in de drank- en tabakswinkels van een Pakistaan: zwartwerk, van tien uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds in de ene winkel en daarna nog tot middernacht in een andere shop.’

Goldi heeft er 2,5 jaar gewerkt. ‘Twee keer ben ik door de inspectie betrapt. Toen ik van de regularisatiecampagne hoorde, ben ik gestopt en bij een andere werkgever naar een arbeidscontract op zoek gegaan’, zegt hij.

Een bar op de Waversesteenweg wilde hem een kans geven. Op één voorwaarde: Goldi moest zijn arbeidscontract kopen. ‘Ik betaalde 1.000 euro. Het was toen al december 2009, ik had nog maar enkele weken om mijn dossier in te dienen en was wanhopig.’

‘In juli 2010 kreeg ik een positief antwoord van de Dienst Vreemdelingenzaken. Toen ik terug naar de bar ging, zei de uitbater dat hij me niet meer nodig had.’

‘Ik ben als gek op zoek gegaan naar ander werk. Een Indiër had net een nieuwe supermarkt geopend aan het Zuidstation. Hij vroeg een arbeidskaart voor me aan. Op 14 oktober 2010 heb ik die gekregen. Mijn verblijfsvergunning kreeg ik kort erna. Die bleef geldig tot oktober 2011.’

‘Ik verdiende ongeveer 1.400 euro bruto per maand. De eerste zeven maanden verliep alles goed. Maar nadat ik was teruggekomen van een reis naar India, kwam de sociale inspectie mijn baas twee keer controleren. Hij zei dat ik voor problemen zorgde, dat er nog andere families voor hem in het zwart werkten en dat hij controle kon missen als kiespijn. Toen ben ik ontslagen.’

‘Het was september 2011, een maand later moest mijn verblijfskaart worden verlengd. Ik moest dringend ander werk vinden. Ik betaalde 3.000 euro aan een werkgever om een contract te krijgen, ook al had hij me niet nodig. Het was de enige mogelijkheid.’

‘Enkele dagen voor mijn verblijfsvergunning zou worden verlengd, vroeg de man me of ik voor hem in de zaak kon inspringen. Zijn vrouw moest bevallen, zei hij.’

‘Net op dat moment viel de sociale inspectie binnen. De controle maakte mijn baas bang, hij trok mijn contract in.’

Goldi schudt het hoofd. ‘Twee dagen was mijn verblijfskaart nog geldig. Twee dagen! Veel te weinig tijd om ander werk te vinden...’

‘Mijn familie kan niet geloven dat ik mijn verblijfspapieren zo heb kunnen verliezen. Ze dachten dat ik iets had mispeuterd. Het is de schuld van het systeem, maar ik krijg het niet uitgelegd. Na negen jaar heb ik niets. Niets.’

__

‘Mijn baas bleek niet zuiver op de graat te zijn’

01/02/2014 | yd

Munir (42) komt uit Marokko en is sinds 2006 in België. ‘Eerst werkte ik anderhalf jaar in het zwart in een winkeltje op de site van het slachthuis van Anderlecht. Daarvoor kreeg ik 40 euro per dag, plus een ontbijt, om te werken van 4 uur ’s ochtends tot 10 uur s’avonds. Daarna werkte ik in de schoonmaaksector, aan ongeveer 6 euro per uur. Ook in het zwart.’

‘Mijn laatste baas, voor wie ik sinds 2008 werkte - een Portugees - wilde me in het kader van de regularisatiecampagne een arbeidscontract geven, maar niet via zijn eigen bedrijfje. Hij stelde een arbeidscontract op voor een ander schoonmaakbedrijf waarin hij betrokken was, maar dat door iemand anders werd gerund. Het loon dat aan mij zou worden uitbetaald, zou dan wel via facturen tussen de bedrijven worden verrekend, zei hij.’

‘Ik diende mijn dossier bij Vreemdelingenzaken in. Maar plots ging het bedrijfje failliet. Ik kreeg een negatief antwoord van Vreemdelingenzaken.’

Munir schakelde Ciré in, de Franstalige tegenhanger van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Die bracht zijn dossier op het opvolgingscomité met de Dienst Vreemdelingenzaken.

Na veel trekken en sleuren werd Munir toch voorwaardelijk geregulariseerd, op 9 december 2011 - twee jaar na het begin van de campagne. Hij kreeg drie maanden de tijd om een arbeidskaart aan te vragen. ‘Al die tijd was ik bij mijn eerste baas in het zwart blijven werken. Ik leidde soms zijn schoonmaakploegen, bijvoorbeeld in sociale woningen. Hij had me nodig. Uiteindelijk vroeg hij voor mij een arbeidskaart aan.’

Dat gebeurde op 23 augustus 2012, bij het Brussels Gewest. Pas een half jaar later, op 15 maart 2013, kreeg Munir antwoord: weer negatief. ‘Mijn baas bleek niet zuiver op de graat te zijn’, vertelt hij. ‘Hij had ook de vraag gekregen waarom hij niet eerst had geprobeerd een Belgische werkloze aan te werven.’

‘Op het moment van de negatieve beslissing, was mijn baas op vakantie in Portugal. Het heeft nog twee maanden geduurd voor ik van hem te horen kreeg dat ik geen arbeidskaart kreeg. Zelf heb ik de beslissing nooit gezien. Hij weigerde ook in beroep te gaan. Blijkbaar was hij bang om de sociale inspectie over de vloer te krijgen, omdat er nog anderen bij hem in het zwart werkten.’

Munir stopte eind december 2012 bij de man, van armoede. ‘Vier jaar heb ik voor hem in het zwart gewerkt. De laatste vier maanden ben ik niet betaald geweest’, zegt hij boos. ‘Vorig jaar heb ik hier en daar een job gedaan. Maar ik weet niet wat ik moet doen.’

Meeting levert een actieve bijdrage aan het uitoefenen van de grondrechten en toekomstperspectieven van mensen zonder wettig verblijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Meeting
Oppemstraat 54
1000 Brussel
Tel. 02/502.11.40
E-mail: info@meetingvzw.be

Meeting is een deelwerking van Samenlevingsopbouw Brussel vzw en Link=Brussel vzw met de financiële steun van de Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gemeenschapscommissie.