Jaarverslag 2011

Eind 2011 werd er ook over het veelbesproken beleidsdomein Asiel en Migratie een regeerakkoord gesloten. De regeringspartijen hadden slechts een avond nodig om de krijtlijnen voor het Belgisch migratiebeleid uit te zetten voor de komende jaren. Na alle commotie over dit thema de afgelopen jaren was het dan ook verrassend te noemen dat er niet meer voor nodig was om een duidelijke visie op migratie en asiel te ontwikkelen. De verbazing was dan ook extra groot toen we constateerden dat het regeerakkoord voornamelijk maatregelen omvat die reeds door de vorige regering werden genomen om een antwoord te bieden op een aantal excessen en de opvangcrisis. Om die reden mag dit ook niet beschouwd worden als een hervormd migratiebeleid want er zijn maar weinig elementen die dit tot een doordacht beleid maken. De maatregelen die zijn afgekondigd dragen tot niets anders bij dan overlastbestrijding, maar zullen geen antwoord bieden op de realiteit van de duizenden migranten die, al dan niet toevallig, hun weg vinden naar België.

De beeldvorming over mensen zonder wettig verblijf is er het afgelopen jaar ook zeker niet op vooruit gegaan. Zowel in de media als in het discours van beleidsmakers worden deze migranten al te gemakkelijk afgeschilderd als profiteurs en fraudeurs omdat zij gebruik maken van de rechten die bijvoorbeeld worden toegekend aan een asielzoeker of puur uit overlevingsdrang omdat het migratiebeleid niet overeenstemt met de complexiteit van transnationale migratie of de dagelijkse realiteit van deze mensen in België die wordt gekenmerkt door extreme armoede, thuisloosheid, ondervoeding, ziekte, etc. Het migratiebeleid wordt zodanig steeds meer toegespitst op het zoveel mogelijk beperken van de rechten en het beperken van migratiekansen op basis van de veronderstelling dat iedereen die op zoek is naar betere en waardigere levensomstandigheden dat wil doen zonder een bijdrage te leveren aan de ontvangende maatschappij. Meeting wil dit denkpatroon doorbreken door zowel het beleid als de hulpverlening ten aanzien van mensen zonder wettig verblijf veel meer af te stemmen op het persoonlijk migratieproject. Dat kan ondermeer door continu in overleg te blijven met een vertegenwoordiging van deze doelgroep alsmede door hun persoonlijke migratiedoelstellingen serieus in beschouwing te nemen en hier een traject rond op te bouwen.

De afbraak van sociale rechten van alle Belgische burgers die is ingezet door de bezuinigingen van de nieuwe regering zijn reeds voorafgegaan door het aantasten van een aantal minimale rechten van mensen zonder wettig verblijf de voorbije jaren. Deze tendens doet bij ons ook vragen rijzen over de rol van het maatschappelijk opbouwwerk hierin, want in de praktijk zijn wij hoofdzakelijk bezig met het repareren van afbraakwerken van de verschillende overheden:

* Families met minderjarige kinderen moeten volgens het KB van 24 juni 2004 opgevangen worden, maar sinds het voorjaar van 2009 wordt dit structureel geweigerd door Fedasil. Ondertussen is dit KB ondermijnd door een samenwerkingsovereenkomst met de Dienst Vreemdelingenzaken, dat de familie de keuze laat om opgevangen te worden om de beslissing inzake een verblijfsaanvraag af te wachten of om terug te keren naar het land van herkomst.

* Diezelfde families krijgen bij het OCMW van Brussel steeds vaker ook een weigering van hun aanvraag tot verstrekking van de procedure Dringende Medische Hulp. Hoewel het OCMW hiertoe verplicht is volgens haar eigen wetgeving, schuift zij de verantwoordelijkheid af op Fedasil, die enkel bevoegd is voor de medische zorg tijdens een verblijf in een opvangcentrum.

* In diezelfde lijn werden recent de subsidies van een opvangproject voor mensen zonder wettig verblijf stopgezet dat jarenlang enkele structurele opvangplaatsen bood aan de zwakste personen in verschillende Vlaamse centrumsteden en Brussel. Dit minimale aanbod gaf over het algemeen vooral zieken de kans om hun situatie voor een periode te stabiliseren. Dat zelfs deze opvang werd afgeschaft duidt op een tendens dat de overheid erop uit is om alle sociale rechten tot een absoluut minimum te beperken.

* Door de wijzigingen van de wet op gezinshereniging kunnen alleen families opnieuw herenigd worden indien de persoon die reeds in België over een wettig verblijf beschikt een salaris heeft dat het equivalent betekent van 120% van het leefloon. Deze voorwaarde betekent dus eigenlijk dat armen en werklozen niet langer het universele recht hebben om samen te leven met hun partners of kinderen.
Wat ons echter nog het meest zorgen baart is de herziene inschrijvingsvoorwaarde voor het Nederlandstalig volwassenenonderwijs sinds 1 september, waarbij een wettig verblijf als vereiste geldt voor deelname aan de cursussen. Deze maatregel achten we niet alleen in strijd met de grondwet, maar verhindert ook een specifieke groep mensen om zich te ontplooien wat er alleen maar toe kan leiden dat zij een onderklasse gaan vormen met alle nadelige gevolgen van dien.

Wanneer het opbouwwerk de opdracht heeft om maatschappelijk kwetsbare groepen te ondersteunen om het recht op een menswaardig leven te realiseren, dan vormen deze voorbeelden de indicatie dat mensen zonder wettig verblijf tot de meest prioritaire aandachtsgroepen behoort. Er zijn immers geen andere groepen waarvan de sociale rechten en toekomstperspectieven op dit tempo worden afgebroken en de levensomstandigheden op fundamentele wijze precair en verstokt van extreme armoede zijn. Blijvende aandacht voor deze ontwikkeling is niet alleen van belang voor wie zich het lot aantrekt van deze mensen in het bijzonder, maar evenzeer als voorbode van de sociale afbraak waaraan andere kwetsbare groepen onderworpen zullen worden.

Vorig jaar spraken we al onze verontwaardiging uit over de trage afhandeling van de regularisatieaanvragen die in 2009 werden ingediend. Een jaar verder kunnen we allesbehalve zeggen dat de tijdelijke regularisatie-instructie, ondanks de vertragingen, toch een oplossing hebben kunnen bieden voor de problematische levensomstandigheden van duizenden mensen zonder wettig verblijf. De oorzaken hiervoor lagen al verscholen in de criteria die werden gesteld in de instructie als voorwaarden voor regularisatie van het verblijf. Zo werd er ondermeer een onderscheid gemaakt tussen personen die reeds een zogenaamde geloofwaardige poging hadden ondernomen om een wettig verblijf te bekomen en zij die altijd clandestien hebben verbleven. Hierdoor werden de mensen benadeeld die vooraf reeds hun conclusie hadden getrokken dat zij toch niet in aanmerking zouden komen voor bijvoorbeeld de vluchtelingenstatus. Daarbovenop werden deze personen nogmaals benadeeld door hen een bijkomende voorwaarde op te leggen in de vorm van een geldig arbeidscontract.

Die laatste maatregel had uiteraard een goede kans kunnen bieden om informele arbeid te normaliseren, maar de trage afhandeling ervan heeft ertoe geleid dat het op een humanitair en economisch fiasco is uitgelopen. Het is immers los van alle realiteitszin om te veronderstellen dat een werkgever in staat is om twee jaar of langer te wachten op de toelating om een persoon tewerk te stellen. Daarnaast zijn er ook veel mensen die naast de regularisatie van het verblijf hebben gegrepen omwille van malafide werkgevers die achterstallige bijdragen verschuldigd zijn aan de RSZ of personen tewerkstelden waren zonder DIMONA-aangifte bij de sociale zekerheid. Het feit dat de potentiële werknemer zijn lot volledig in handen moet leggen van een werkgever is een fenomeen waar wij grote vraagtekens bij zetten. De Arbeidskaart B die de arbeidsmigratie in goede banen moet leiden is in de praktijk namelijk een bron van uitbuiting en misbruik doordat verblijf en werkgever aan elkaar gekoppeld zijn. De voorziene regionalisering van de arbeidskaarten kan echter kansen bieden om dit systeem te herbekijken en, bovenal, te hervormen door de invoering van een nieuwe arbeidskaart.

De uitdagingen voor de nabije toekomst bestaan er dan ook uit dat het sociale middenveld en de overheden samen een globale visie ontwikkelen over de manier waarop migratie een plaats kan krijgen in een moderne samenleving, zonder daarbij de nadruk te leggen op randverschijnselen als integratie en identiteit. Er staan België grote demografische veranderingen te wachten zoals de vergrijzing die reeds in 2015 de vraag naar nieuwe arbeidskrachten met duizenden zal doen toenemen. De discussies over de pensioenhervormingen zijn een bewijs van de beperkte wijze waarop rekening wordt gehouden met de aanwezigheid en komst van nieuwe migranten. Meeting is dan ook groot voorstander van een beleid dat gebaseerd is op het samenbrengen van vraag en aanbod op het vlak van economische noden onder toezicht van de overheid om misbruik te voorkomen. Hierbij pleiten we ook voor een beleid dat ruimte laat voor de (tijdelijke) tewerkstelling van laaggeschoolde migranten die hoe dan ook hun weg vinden naar België als clandestiene werknemer.

Om op een structurele manier oplossingen te vinden voor het terugdringen van de gevolgen voor irreguliere migratie is het zaak om de mogelijkheden voor reguliere migratie zo optimaal mogelijk te benutten. De argumenten hiervoor vinden we dag na dag in groten getale bij de sociale diensten, inloopcentra voor daklozen, wijkgezondheidscentra, etc. waar duizenden jonge ambitieuze mensen beschrijven hoe zij onder omstandigheden leven die vele malen slechter zijn dan welke ze hebben proberen te ontvluchten. Het zijn deze mensen die in de meest dynamische fase van hun leven hun dagen in Brussel slijten met de vraag of ze opnieuw een halve dag voor drie euro uur ´mogen´ werken en of ze deze avond in een tochtig kraakpand terecht gaan kunnen. Dat mensen gedwongen zijn om met niets anders bezig te zijn dan puur overleven in plaats van een waardig leven op te bouwen is iets wat onze grootste aandacht verdient als maatschappelijk opbouwwerk.

Februari 2012

1. Deelwerking van Link=Brussel vzw en Samenlevingsopbouw Brussel

Link=Brussel vzw, Centrum voor Interculturele Samenlevingsopbouw, heeft Meeting 15 jaar geleden opgericht als ontmoetingsruimte voor vluchtelingen, asielzoekers en mensen zonder papieren in de directe omgeving van opvangcentrum Klein Kasteeltje. In 2008 is het project hervormd tot een onthaal- en steunpunt voor mensen zonder wettig verblijf omdat een specifieke opvang en oriëntering voor deze groep in Brussel niet voldoende aanwezig was. Hiermee kwam Meeting tegemoet aan de grote behoefte voor een specifieke hulpverlening die zich volledig richt op de complexe problematiek van deze doelgroep. Vzw Link=Brussel wil een bijdrage leveren aan het opbouwen van een interculturele samenleving in Brussel. De vzw ondersteunt een sociaal-economische integratie en emancipatie van etnische minderheden in Brussel door het bieden van gelijke kansen.

Bij de prioriteitenbepaling voor het meerjarenplan 2009-2015 maakte Samenlevingsopbouw Brussel duidelijk de keuze om vanuit het spoor armoedebestrijding met deze specifieke doelgroep op een categoriale manier aan de slag te gaan en dit binnen het programma “toegang tot grondrechten” (= de toegang tot fundamentele grondrechten waarborgen voor de meest kwetsbare groepen in onze samenleving). Samenlevingsopbouw Brussel koos er ook voor om de (nieuwe) opbouwwerkers van dit project een plaats te geven binnen Meeting, een onthaal- en steunpunt voor mensen zonder wettig verblijf.

De specifieke invalshoek van Samenlevingsopbouw Brussel is het via vormings-, actie- en beleidswerk structureel aanpakken van uitsluitingsmechanismen die de toegang en toepassing van grondrechten en toekomstperspectieven voor mensen zonder wettig verblijf verhinderen.
Bij de start van de samenwerking met Meeting is ook de keuze gemaakt om vanuit Samenlevingsopbouw Brussel mee aan te sturen op een meer gecoördineerde werking rond mensen zonder wettig verblijf in Brussel. Verschillende welzijnsorganisaties in Brussel zijn op deze doelgroep betrokken maar elk vanuit hun eigen invalshoek en met beperkte inzet van middelen. Met deze bescheiden middelen zou veel meer gerealiseerd kunnen worden indien de reguliere diensten en instellingen deze mensen als volwaardige hulpvragers zouden erkennen, en ze ook voor hen een volwaardig en gecoördineerd hulpverleningsaanbod zouden uitwerken. In dit opzicht is er in 2010 een “experimenteel” samenwerkingsverband opgestart tussen Samenlevingsopbouw Brussel, Meeting, de 2 Brusselse CAW’s Archipel en Mozaïek en het Regionaal Integratiecentrum Foyer. Deze samenwerking zou in het meerjarenplan 2011-2015 van Samenlevingsopbouw Brussel en beide CAW’s – conform de doelstelling inzake samenwerking tussen de CAW’s, Samenlevingsopbouw en de Armoedsector die Vlaams Minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen in zijn beleidsbrief 2009-2014 heeft vooropgesteld – op een duurzaam en structureel verankerde manier gecontinueerd moeten kunnen worden.

De personeelsbezetting van Meeting bedraagt in 2011 een totaal van 3 VTE, welke zijn verdeeld over twee voltijdse functies en twee halftijdse betrekkingen.

De Vlaamse Gemeenschapscommissie voorzag in 2011 een toelage van 23.000 euro. De Vlaamse Gemeenschap levert de overige middelen.

2. Samenwerkingsverband

In 2010 werd er een samenwerkingsverband opgestart tussen Meeting, Samenlevingsopbouw Brussel, CAW Mozaiëk, CAW Archipel en RIC Foyer op het vlak van de hulpverlening aan mensen zonder wettig verblijf. De vorm van het samenwerkingsverband in 2011 werd bij de aanvang van het jaar in een conceptnota gegoten op basis van de ervaringen tijdens het voorgaande jaar. Deze conceptnota bevat de domeinen van de samenwerking en de onderlinge taakverdeling. De nota werd begin februari door de stuurgroep samenwerkingsverband goedgekeurd. Samen met deze nota werd ook beslist om slechts sporadisch samen te komen met de stuurgroep (drie maal per jaar, één persoon per organisatie) om de algemene krijtlijnen vast te leggen. Het zwaartepunt kwam te liggen bij een werkoverleg (tweemaandelijks) waar onthaalmedewerkers aan deelnemen om concreet in en uit de praktijk te kunnen werken. In 2011 werden er geen projectmiddelen beschikbaar gesteld voor dit initiatief. Het samenwerkingsverband is zodanig een project dat is gebaseerd op het engagement van de betrokken partners.

De samenwerking voltrok zich in 2011 op de volgende drie domeinen:
• Moeilijke dossiers
• Structurele knelpunten
• Toekomstoriëntering

Een aantal vertegenwoordigers van alle samenwerkingspartners komen tweemaandelijks samen tijdens een werkoverleg om deze thema´s te bespreken. Er wordt zoveel mogelijk getracht om ervaringen uit te wisselen en het concrete aanbod op elkaar af te stemmen. Dit gaat voornamelijk op voor de aanpak van structurele knelpunten m.b.t. de toegang tot grondrechten.

I. Moeilijke dossiers

We lieten de oorspronkelijke omschrijving ‘Moeilijk Bemiddelbare Dossiers’ vallen en kozen voor bovenstaande, duidelijkere omschrijving. Moeilijke Dossiers betreft de begeleiding van een persoon waarin een samenwerking met andere organisaties binnen het samenwerkingsverband aangewezen lijkt. We stellen echter vast dat dergelijke dossiers in 2011 niet naar voren werden geschoven. Niet omdat er voor bepaalde dossiers niet werd samengewerkt maar eerder omdat onthaalmedewerkers en sociaal-assistenten hun weg vonden binnen het Brusselse netwerk aan hulpverlening. Dit is een verdienste gebleken van het intensief samenwerkingsverband en overleg vorig jaar. We merken dat gespecialiseerde diensten als Medimmigrant, Orca, juridische dienst Foyer, e.a. vlot gecontacteerd worden door de CAW. Dit was begin 2010 in veel mindere mate het geval.

II. Structurele knelpunten

Op het eerste werkoverleg in 2011werd een lijst met knelpunten vastgelegd:
• Trage afhandeling regularisatiedossiers;
• Procedure Dringende Medische Hulp;
• Moeilijke communicatie met Dienst Bevolking van Stad Brussel;
• Malafide praktijken van advocaten;
• Regularisatieaanvraag voor dakloze personen zonder wettig verblijf.

Er werd in eerste instantie beslist om twee knelpunten gezamenlijk aan te pakken. De keuze viel op de moeilijke communicatie met de Dienst Bevolking van Stad Brussel en de malafide praktijken van advocaten.

De moeilijkheden m.b.t. de Procedure Dringende Medische Hulp wordt opgenomen door Meeting als specifiek structureel knelpunt (beleidswerk) en regularisatie van een dakloze door RIC Foyer. De ondernomen stappen worden op het werkoverleg wel telkens teruggekoppeld.

Moeilijke communicatie met Dienst Bevolking Stad Brussel

Het werkoverleg nam contact op met verschillende diensten om na te gaan of zij gelijkaardige problemen ondervinden met die gemeente. Dit bleek het geval te zijn voor Sireas, Adde en Seso. Samen met hen werd een brief opgesteld om een onderhoud te vragen om samen naar oplossingen te kunnen zoeken. De brief werd in november aangetekend verstuurd naar het Administratief Bureau voor Vreemdelingen, het College van burgemeester en schepenen, de bevoegde schepen en de Dienst Controle Gemeenten binnen de Dienst Vreemdelingenzaken. Dit gebeurde op hetzelfde moment dat het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) ook stappen ondernam naar de bevoegde schepen toe. Tot op heden kwam er echter nog geen antwoord. We blijven de dossiers verzamelen waarin de Brusselse administratie tekort schiet. Veelal gaat dit om regularisatieaanvragen waarin Dienst Vreemdelingenzaken een antwoord gaf maar waarin dit nog niet door de gemeente aan de personen werd bekend gemaakt.

Malafide praktijken van advocaten

Tijdens het onthaal van mensen zonder wettig verblijf stellen we vast dat veel advocaten “gebruik maken” van de precaire positie van mensen zonder wettig verblijf. We hebben geconstateerd dat er zich verschillende problemen voordoen; pro-deo advocaten die toch geld vragen, flagrante fouten in aanvragen (bvb copy paste), advocaten die niet meer te contacteren zijn.

We besloten om praktijken van advocaten systematisch te registreren en begonnen hiermee begin september 2011. Eind november maakten we een eerste stand van zaken op. In samenwerking met een juriste van RIC Foyer werden mogelijke pistes bekeken. Het CGKR is met een gelijkaardige registratie bezig maar een samenwerking met ons moet daar intern nog bekeken worden. We registreren nog verder tot het voorjaar van 2012 en contacteren ondertussen de Franstalige diensten en onderzoeken via de regionale integratiecentra hoe daar in andere regio’s in Vlaanderen mee wordt omgegaan.

III. Toekomstoriëntering

Tijdens het werkoverleg wordt telkens de huidige stand van zaken betreffende de toepassing van toekomstoriëntering besproken. Toekomstoriëntering is de gedeelde visie inzake de hulpverlening aan mensen zonder wettig verblijf, maar wat de concrete uitwerking betreft zien we wel een aantal verschillen per CAW(deelwerking): sommige passen het enkel verkennend toe, terwijl anderen een echte “toekomstbegeleiding” opzetten. Meeting stelde intervisie voor maar hier bleek geen onmiddellijke nood aan.
Het werkoverleg wil wel inzetten op het uitbreiden van de praktijkinstrumenten en het overbrengen van de bestaande instrumenten. CAW Mozaïek stelde zich kandidaat om deze laatste te illustreren aan de hand van filmpjes.

3. Laagdrempelige socio-juridische permanenties

Tijdens de laagdempelige socio-juridische permanenties kunnen mensen zonder wettig verblijf tweemaal per week zonder afspraak bij ons terecht voor:
• Advisering
• Begeleiding
• Doorverwijzing
• Toekomstoriëntering

Een team van negen vrijwilligers wordt ondersteund door de medewerkers om alle bezoekers een gepast antwoord op hun hulpvraag te kunnen voorzien. Zonder de inzet van vrijwilligers zou deze dienstverlening niet kunnen bestaan, gezien het enorme aantal hulpvragen.

Begin maart werd het onthaal in de lokalen aan de Locquenghienstraat te Brussel beëindigd om budgettaire redenen. De jaarlijkse toelage van de VGC volstond niet langer om de huur te kunnen bekostigen. Om die reden gaan de permanenties sindsdien door in het gebouw van Link=Brussel vzw op Marcqstraat 17, te Brussel.

In 2011 werden de permanenties 1.130 keer bezocht. Ten opzichte van 2010 is dit in absolute aantallen licht gedaald. De bezoekersaantallen per dag zijn daarentegen wel sterk gestegen. In 2010 had Meeting immers drie openingsdagen per week, tegenover twee in 2011.

We moeten hierbij wel opmerken dat het niet om 1.150 unieke bezoekers gaat, aangezien er wordt nagestreefd dat personen voor langere tijd begeleid worden door Meeting. Dit om te vermijden dat zij naar verschillende organisaties gaan voor hun hulpvragen wat een kordate aanpak van de sociaal-juridische problemen lastiger maakt.

Zoals u kunt zien in onderstaande grafiek komen de meeste bezoekers uit Marokko. Overige nationaliteiten vormen allemaal een beperkt aandeel van het totale bezoekersaantal.

De meest frequente hulpvraag gaat nog altijd over de afhandeling van de regularisatieaanvragen in 2009. Maar daarnaast zijn huisvesting, medische zorg, opleidingen en een algemene oriëntering op toekomstperspectieven nog altijd belangrijke thema´s.

De medewerkers constateren echter dat het door de enorme hoeveelheid hulpvragen van deze doelgroep een grote uitdaging is om intensieve begeleiding te bieden met de beperkte middelen die er beschikbaar worden gesteld. Gezien de omvang van deze problematiek in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het voor Meeting nog steeds onbegrijpelijk dat er niet meer wordt geïnvesteerd in het onthaal van mensen zonder wettig verblijf.

Midden 2011 hadden we ons ten doel gesteld om de begeleidingstrajecten vooral te baseren op het ontwikkelde methodisch kader van toekomstoriëntering. Door de hoge werkdruk tijdens de permanenties is dit echter erg lastig, aangezien voldoende beschikbare tijd per persoon toch een basisvoorwaarde is. Toekomstoriëntering is tijdens de permanenties in 2011 dan ook vooral een houding geworden om gesprekken op te baseren. De begeleiding die hieruit voortvloeit proberen we zoveel mogelijk te sturen naar het realiseren van een zinvol toekomstperspectief, in plaats van noodhulp. Er vond ook een reeks individuele toekomstoriënteringsgesprekken plaats buiten de openingsuren om dit methodisch kader toch toe te kunnen passen. De beperkte capaciteit die hiervoor beschikbaar maakt de brede toepassing van toekomstoriëntering binnen de eigen onthaalwerking allesbehalve eenvoudig.

Door de grote hoeveelheid bezoekers zijn de medewerkers vaak genoodzaakt om met meerdere personen aanwezig zijn om de permanentie te versterken en een zekere kwaliteit te kunnen garanderen. Dit zorgt uiteraard voor een hoge druk op de overige taken.

We constateren dat veel bezoekers worden doorverwezen naar de permanenties door andere organisaties omdat men veelal niet over voldoende kennis beschikt om mensen zonder wettig verblijf te adviseren of begeleiden. Om die reden wordt er slechts heel beperkt doorverwezen naar het bestaande aanbod door Meeting.

Er wordt getracht om vrijwilligers doorlopend te vormen. Dit doen we ondermeer door na afloop van ieder permanentiemoment een korte evaluatie te houden met uitwisseling en bespreking van moeilijke gevallen. Tijdens die evaluatie is er ook ruimte voor uitleg over zaken die de vrijwilligers zelf aandragen, meestal m.b.t. een concrete situatie tijdens de voorafgaande permanentie.
Daarnaast stimuleren we de vrijwilligers om deel te nemen aan externe vormingen over vreemdelingenrecht bij derdenorganisaties zoals het Brussels Platform dat RIC Foyer organiseert. In 2011 namen de vrijwilligers ook deel aan de studiedag over toekomstoriëntering die Meeting mede organiseerde. Vrijwilligers volgen ook sessies van de oriëntatiecursus over specifieke thema´s. Met name nieuwe vrijwilligers maken gebruik van deze mogelijkheid.
Meeting werkt ook doorlopend informatiefiches uit over zaken die regelmatig terugkeren tijdens de permanenties.
Nieuwe vrijwilligers krijgen een uitgebreid intakegesprek om de werking van de organisaties toe te lichten en krijgen een eerste introductie van het vreemdelingenrecht a.d.h.v. een aantal schematische voorstellingen.

4. Vormingen op maat voor mensen zonder wettig verblijf bij derdenorganisaties

Onze aanpak vertrekt vaak vanuit het informeren van het doelpubliek. Dit is gebaseerd op de visie dat het kunnen uitoefenen van grondrechten pas mogelijk wordt indien men ervan op de hoogte is. We constateren echter dat mensen zonder wettig verblijf doorgaans veronderstellen dat zij uitgesloten zijn van grondrechten omdat zij niet gemachtigd zijn om in België te verblijven. Vorming heeft om die reden binnen onze werking al snel een emancipatorisch karakter. Daarnaast draagt het verstrekken informatie aan deze groep al in sterke mate bij aan het terugdringen van sociale uitsluiting omdat zij op deze manier een rechtspositie kunnen verwerven in onze maatschappij. Doorgaans wordt agogisch werk bepaald door het handelen op basis van bepaalde informatie, maar in deze specifieke context is het hebben van kennis over grondrechten al een belangrijke stap vooruit.

Meeting biedt twee verschillende vormingspakketten aan; een sessie over grondrechten en een uitgebreidere oriëntatiecursus.

De vorming over grondrechten omvat een basisuitleg over de toegang tot een aantal bestaande grondrechten. Het gaat dan hoofdzakelijk om medische zorg, rechtsbijstand, huisvesting, sociale assistentie en rechten tijdens clandestiene arbeid. Afhankelijk van de samenstelling van de groep en de beschikbare tijd proberen we ook met de deelnemers de knelpunten m.b.t. de toegang tot deze grondrechten te bespreken. Dit geeft ons ook veel nuttige informatie over hoe grondrechten in de praktijk worden uitgeoefend. De dossiervorming voor het beleidsbeïnvloedend werk wordt deels gebaseerd op de uitwisseling die er plaatsvindt tijdens deze vormingsmomenten.
Deze vormingen vinden meestal plaats bij derdenorganisaties die veel mensen zonder wettig verblijf bereiken maar daar geen specifiek aanbod voor ontwikkelen zoals Verenigingen waar Armen het Woord Nemen en dagcentra. In 2011 organiseerden we dergelijke vormingen o.a. bij Buurtwinkel vzw en het straathoekwerk van Bravvo.

5. Oriëntatiecursussen

Reeds enkele jaren organiseert Meeting geregeld oriëntatiecursussen voor mensen zonder wettig verblijf. Tijdens zo´n cursusreeks proberen we de deelnemers in groep te stimuleren om hun migratieproject te herbekijken en een keuze te maken om een nieuw zinvol toekomstperspectief te realiseren. Dit doen we deels opnieuw aan de hand van vorming over bv. verblijfsperspectieven, België en tewerkstelling van buitenlandse werknemers. In dit geval dient de informatie wel om de situatie van de migrant zonder wettig verblijf te kunnen kaderen, zodat zij op basis daarvan kunnen reflecteren op de toekomstperspectieven die nog haalbaar lijken.

Die reflectie vindt steeds in groep plaats en doorloopt de verschillende levensfasen van de deelnemers; verleden, heden en toekomst. We hanteren deze opbouw omdat de situatie die een persoon wil creëren in de toekomst waarschijnlijk in sterke mate verband houdt met de levensomstandigheden in het land van herkomst en de doelstellingen die men poogde te verwezenlijken middels een migratie naar Europa. Om die reden voeren we ondermeer een open gesprek over die migratiemotieven en wat daaraan ten grondslag lag. De uitwisseling wordt in sterke mate gestimuleerd door de aanwezigheid van lotgenoten, wat een vertrouwde sfeer opwekt. Het reflecteren op de toekomst wordt in de hand gewerkt door een aantal oefeningen waarbij de deelnemers actief op zoek gaan naar wat hen beweegt en zij nog wensen te realiseren in hun leven.

Een uitgebreide toelichting bij de werkvorm en resultaten van deze oriëntatiecursus kunt u terugvinden in het tijdschrift 102 van Samenlevingsopbouw Brussel, dat te downloaden is op haar website.

Dit jaar werd er ook geëxperimenteerd met een combinatie van de vorming over grondrechten en de oriëntatiecursus. Deze vorm is een beknoptere versie van de oriëntatiecursus. De noodzaak hiertoe diende zich aan om dit initiatief flexibeler te kunnen organiseren op verschillende lokaties. Tegelijkertijd is het ook nodig gebleken om een aanbod te hebben waarvoor deelnemers zich minder lang dienen vrij te maken.

In 2011 werd deze cursus, in haar verschillende vormen, vijf keer georganiseerd.

De concrete resultaten van een oriëntatiecursus zijn moeilijk meetbaar. Bij sommige deelnemers wordt er heel concreet een proces in gang gezet een langer begeleidingstraject tot gevolg. Andere personen maken een moment van bewustwording mee waar ze zelfstandig naar proberen te handelen zonder verdere opvolging. Weer anderen zullen de informatie tot zich nemen en dit eventueel slechts in hun achterhoofd houden, maar geen concrete verandering teweegbrengen. Deze oriëntatiecursus dient in eerste instantie dan ook om simpelweg om de deelnemers opnieuw in contact te brengen met hun eigen migratieproject en hen te stimuleren om daarover te reflecteren. Wat men daarmee gaat doen kan veelal pas nadien worden bepaald.

Er wordt tijdens vormingsmomenten ook getracht om mensen met een grote onvrede over de collectieve situatie van mensen zonder wettig verblijf te bewegen om deel te nemen aan beleidsparticipatieve activiteiten. Hiermee kunnen we mogelijks de negatieve gevoelens van deze mensen kanaliseren tot een constructief project.

6. Toekomstoriëntering

In september 2010 werd een werkgroep ‘Toekomstoriëntering’ opgericht van onthaalmedewerkers van CAW Mozaiëk, CAW Archipel en Meeting. Daarnaast namen ook RIC Foyer, Kruispunt Migratie-Integratie en Centrum Geestelijke Gezondheidszorg hieraan deel. Met deze partners wilden we tot een gedeelde visie en methodiek te komen inzake de hulpverlening aan mensen zonder wettig verblijf. Deze werkgroep kwam een laatste keer samen eind januari 2011.

Eind 2010 werd de werkgroep opgesplitst in twee delen; een groep die de visie verder uitschreef en een tweede die de instrumenten bundelde (met Anika Depraetere van Meeting als voorzitter). Eind januari werd de feedback gegeven op het werk van de twee deelgroepen. Conclusie was dat er nog gesleuteld moest worden aan de visietekst aangezien die te lang was en te abstract bleef. In februari werd dan ook een volledige dag besteed aan het herstructureren van de tekst. Op 21 februari 2011 werd de finale visietekst goedgekeurd door de stuurgroep van het samenwerkingsverband. De coördinatoren daar aanwezig vonden het een belangrijke stap om tot een nog meer gedeelde hulpverlening te komen. Ze gaven ook hun fiat voor het organiseren van vormingen om de methodiek in de bredere teams bekend te maken.

Toekomstoriëntering werd uiteindelijk als volgt gedefinieerd door de werkgroep:
“Het versterken en stimuleren van mensen om vanuit de oorspronkelijke migratie en op basis van de huidige situatie, voor zichzelf een nieuw (zinvol) toekomstperspectief te realiseren.”

Anika gaf in de periode maart – mei 2011 vier vormingen over toekomstoriëntering binnen de deelwerkingen van de CAW: CAW Mozaïek – Onthaal, CAW Mozaïek – Begeleiding, CAW Archipel – Welkom, CAW Archipel – Groot Eiland. In mei werd er ook een vorming georganiseerd voor het gehele team van Link = Brussel vzw, waar Meeting ook deel van uitmaakt. Tijdens deze vormingen werden de visietekst en het methodisch kader toegelicht. Maar bovenal werd er gereflecteerd over de mogelijk toepassing van toekomstoriëntering binnen de betreffende diensten. De vorming werd telkens samen met iemand van de deelwerking voorbereid, vaak was dit iemand die ook aan de werkgroep had deelgenomen. Dit bleek een goede aanpak gezien die persoon een zicht had op de specifieke werking van zijn/haar dienst en een goede inschatting kon maken van vragen die hoogstwaarschijnlijk zouden gesteld worden, problemen die zouden opduiken, enz.
De meeste deelnemers aan de vormingen konden zich goed vinden in de doelstellingen van toekomstoriëntering, aangezien het hen mogelijk maakt om uit ´de impasse van de papieren´ te treden.
De meeste opmerkingen die naar voor kwamen hadden te maken met praktische overwegingen; “Hebben we hier voldoende tijd voor?”, “Hebben we er vanuit onze specifieke dienst een mandaat voor?”, “Hoe ver kunnen we hierin gaan?”, ...

De vormingen kwamen voor een groot deel tegemoet aan één van onze doelstellingen, met name het inbedden van de methodiek binnen de CAW. Omwille van tijdsgebrek zijn we er in mindere mate in geslaagd om de praktijkervaring te kunnen verruimen. Structurele opvolging van deze bijeenkomsten bleek immers niet haalbaar.

Ondanks de beperkte praktijkervaring hebben we beslist om op 20 juni een studiedag te organiseren over toekomstoriëntering, waarbij we het methodisch kader konden presenteren en aftoetsen hoe dit ontvangen wordt bij hulpverleners uit alle hoeken van Vlaanderen. De voorbereidingen werden gedragen door Samenlevingsopbouw Brussel – Meeting, RIC Foyer, Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en Kruispunt Migratie – Integratie. Meeting was hierbij zowel verantwoordelijk voor de praktische omkadering (draaiboek, gastsprekers, zaal, catering, logistiek) als voor een groot deel van de inhoud. Het programma bestond uit een algemeen theoretisch deel (kadering van het samenwerkingsverband en voorstellen van de visietekst) en een praktisch deel waarin deelnemers twee workshops konden kiezen uit een aanbod van vijf (tools voor de individuele hulpverlener, oriëntatiecursus Meeting, groepscursus De8, veerkracht en beleidsreflectie). Ruim twee weken op voorhand waren de plaatsen volzet en op de studiedag zelf waren er iets meer dan 100 deelnemers. Dit toont aan dat er een grote interesse is in dit thema en dat veel diensten op zoek zijn constructieve manieren om met de problematiek van mensen zonder wettig verblijf om te gaan. Iets wat we ook terugvonden op de evaluatiekaartjes: ‘gaf inspiratie’, ‘leuk om op een andere manier met de mensen te kunnen praten’, ‘nieuwe invalshoeken voor de hulpverlening’… Het op deze manier te werk gaan, vergt soms wel een andere kijk op de manier waarop je organisatie tewerk gaat, en dit vonden we ook terug op de kaartjes: ‘hier hebben we onvoldoende tijd voor’, ‘mensen willen toch enkel papieren’..

Samenlevingsopbouw Brussel had haar driemaandelijks tijdschrift ter beschikking gesteld aan de werkgroep om dit volledig thematisch te wijden aan toekomstoriëntering. De uitgebreide visietekst en het methodisch kader vonden hierdoor een plaats naast een aantal artikels van organisaties die reeds in de praktijk experimenteren met elementen van toekomstoriëntering. Dit tijdschrift is een erg geschikt middel gebleken om deze visie uit te kunnen dragen, met name door de illustratie vanuit de praktijk. Het tijdschrift is ook steeds te downloaden op de website van Samenlevingsopbouw Brussel.

We kunnen besluiten dat we via deze studiedag de interesse gewekt hebben van veel organisaties om hier ook effectief mee aan de slag te gaan. Getuige hiervan zijn de uitnodigingen die we ontvingen om op regionale overlegmomenten aanwezig te zijn en onze werking uit de doeken te doen zoals het Hulpgenotenoverleg CAW de Terp – PSC Antwerpen en Overleg Families in Precaire Verblijfssituatie in Gent. In het voorjaar van 2012 volgt zelfs een specifieke studiedag voor Oostende.

Na de zomerperiode werd de inzet op toekomstoriëntering even teruggeschroefd en zette Meeting de krijtlijnen uit voor de opvolging binnen de eigen werking; het opvolgen van individuele dossiers, uitschrijven beleidsaanbevelingen en deelnemen aan de werkgroep van het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk om toekomstoriëntering te integreren in een inspiratiemap ‘Werken met mensen zonder wettig verblijf’. Meeting blijft ook het aanspreekpunt indien de CAW van het samenwerkingsverband verdere opvolging/intervisie willen. Tot nu toe werd die vraag echter nog niet gesteld. In januari 2012 zal er een vorming georganiseerd worden voor de vrijwilligers. En eind januari staat er overleg gepland met alle partners van de studiedag betreffende de verdere opvolging en taakverdeling.

7. Aanpak van structurele knelpunten m.b.t. de toegang tot grondrechten

I. Opvang van illegale families

Meeting is lid van het Platform Kinderen op de Vlucht, waarbinnen zij actief is in de werkgroep Opvang van families met kinderen. Deze werkgroep is niet alleen een platform om informatie uit te wisselen over dit thema, maar biedt ook ruimte voor gezamenlijke initiatieven om de vele problemen die er bestaan m.b.t. de opvang van families zonder wettig verblijf op de politieke agenda te zetten en aan te pakken.

Het recht op opvang van zogenaamde ´illegale families met minderjarige kinderen´ is wettelijk bepaald in het Koninklijk besluit van 24 juni 2004 tot bepaling van de voorwaarden en de modaliteiten voor het verlenen van materiële hulp aan een minderjarige vreemdeling die met zijn ouders illegaal in het Rijk verblijft. Sinds het voorjaar van 2009 wordt dit recht in de praktijk echter steeds geweigerd indien families een aanvraag daartoe indienen bij het daartoe bevoegde OCMW. Het recht op opvang kan zodoende alleen worden afgedwongen via juridische stappen bij de Arbeidsrechtbank.

Begin 2011 werd er een persbericht verspreid over de opvangcrisis voor asielzoekers en de families zonder wettig verblijf. Dit gebeurde op initiatief van het Oriëntatiepunt Opvang, waarvan Meeting deel uit maakte. Tijdens de permanentie van het OPO, ondersteund door 14 middenveldorganisaties, werd enerzijds een advocaat toegewezen die een juridische procedure kon starten. Anderzijds werd doorverwezen naar de meest geschikte sociale dienst, die in zou staan voor de verdere begeleiding.

Belangrijk aandachtspunt in 2011 was de samenwerkingsovereenkomst die Fedasil heeft gesloten met de Dienst Vreemdelingenzaken m.b.t. de opvang van deze families. Meeting is van mening dat dit protocolakkoord de bestaande rechten, gebaseerd op het KB van 2004, ondermijnt en ook de belangen van het kind onvoldoende respecteert. Om die reden maakten we i.s.m. het Platform Kinderen op de Vlucht een analyse van dit akkoord voor hulpverleners en sociale organisaties. Daarnaast schreef Meeting een nota waarbij het akkoord wordt beschouwd vanuit een kinderrechtenperspectief. Meeting ziet het traject dat nu wordt toegepast op deze beperkte groep als een experiment om dit vervolgens ook op asielzoekers toe te gaan passen. De impact ervan dient dus uiterst zorgvuldig opgevolgd te worden.

Samen met het Platform Kinderen op de Vlucht volgen we de implementatie van het protocolakkoord tussen Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) en Fedasil betreffende de opvang van illegale families nauwgezet op. Begin september hadden we ondermeer een onderhoud met DVZ.

Zoé Genot (Ecolo) heeft met de inbreng van de werkgroep op 23 november een parlementaire vraag gesteld in De Kamer over de manier waarop het protocolakkoord uitgevoerd wordt.

De bedoeling is om in 2012 een evaluatie te maken van deze nieuwe trajectbegeleiding en aanbevelingen te formuleren.

II. Recht op onderwijs

Meeting heeft altijd speciale aandacht gehad voor de toegang tot opleidingen voor deze specifieke groep. Meeting beschouwt onderwijs namelijk als een onmiskenbaar grondrecht voor iedereen, waarvan niemand dan ook mag worden uitgesloten. Onderwijs kan mensen immers meer zelfredzaam maken, ondermeer door het leren van onze taal. Maar ook door het verwerven van professionele competenties die men hier kan valideren wanneer het verblijf genormaliseerd wordt, en tegelijkertijd ook bij een terugkeer naar het land van herkomst. Bovenal biedt onderwijs kansen voor het individu om zelf sturing te geven aan het leven door zichzelf te ontplooien in de richting die men wenst. Het uitsluiten van specifieke groepen zal onvermijdelijk leiden tot het creëren van verschillende lagen in onze maatschappij, waarbij mensen zonder wettig verblijf een onderlaag zullen vormen die volkomen parallel naast de reguliere samenleving zal bestaan. De effecten hiervan zullen op termijn vooral merkbaar zijn voor de ´bovenlaag´.
Zelfontplooiing is voor Meeting daarnaast ook een belangrijke voorwaarde om mensen zonder wettig verblijf te oriënteren naar de toekomst.

Pilootproject beroepsopleidingen voor regularisatiekandidaten

Begin 2011 had Meeting het idee opgevat om een proefproject op te starten om de toekomstige kansen op de arbeidsmarkt van personen met een hangende regularisatieaanvraag te verhogen. Het concept was redelijk eenvoudig. Personen met een concreet perspectief op een wettig verblijf in de nabije toekomst zouden na een screening toegang krijgen tot een opleiding voor knelpuntberoepen. Hierdoor zouden zij immers eenvoudig kunnen doorstromen naar de arbeidsmarkt en op die manier een einde kunnen aan een jarenlang leven in extreme armoede.

Groep Intro Brussel was erg gewonnen voor een actief partnerschap vanuit dit concept, aangezien zij weten dat deze doelgroep erg gemotiveerd is om aan hun toekomst te bouwen. Daarnaast vinden ook zij het belangrijk dat mensen niet te lang in een ´wachtperiode´ blijven, maar deze gebruiken als overgangsperiode ter voorbereiding op een gemachtigd verblijf in België.

Een samenwerking met Groep Intro heeft voor iedereen grote voordelen. Op het ogenblik dat een verblijfstitel toegekend wordt, kunnen zij via Groep Intro in contact gebracht worden met hun netwerk aan werkgevers omdat zij reeds over arbeidscompetenties beschikken en kunnen worden toegeleid naar een tewerkstelling op maat. Groep Intro biedt hiertoe een algemene Basisopleiding Bouw aan met daarop aansluitend een kwalificerend traject toegespitst op beroepen als metselaar, vloerder/tegelzetter, pvc/aluminiumvervaardiger/plaatser, wegenbouwmedewerker.

Dit proefproject had als ambitie om een meer pragmatisch beleid te realiseren t.a.v. krapte op specifieke domeinen op de arbeidsmarkt en de rol die nieuwe migranten hierin kunnen vervullen. Helaas zijn we niet verder gekomen dan de projectvoorbereiding bij gebrek aan middelen. Zo werden projectaanvragen bij Koning Boudewijnstichting en KBC Bank niet toegekend.

De Raad van Beheer van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) heeft het voorstel tot financiering dat Unizo (i.s.m. Samenlevingsopbouw Brussel en Groep Intro) in maart 2011 had ingediend niet erkend. De VDAB is van mening dat er geen uitzondering op de reglementering gemaakt kan worden. Zelfs niet wanneer dit kan bijdragen tot het terugdringen van het aantal knelpuntberoepen.

Onderwijsdecreet XXI

In het nieuwe decreet betreffende het onderwijs (OD XXI), gepubliceerd op 30.08.2011, werd het beschikken over de Belgische nationaliteit of het wettig verblijf toegevoegd als inschrijvingsvoorwaarde voor een opleiding in het volwassenenonderwijs (art. IV. 7 wijzigt artikel 37 van het decreet betreffende het volwassenenonderwijs van 15 juni 2007). Hiermee werd het met andere woorden onmogelijk gemaakt voor mensen zonder wettig verblijf om nog langer onderwijs te volgen in de Centra voor Volwassenenonderwijs.

De aanleiding voor de maatregel werd door minister Pascal Smet gezocht in de wachtlijsten voor de cursussen Nederlands Tweede Taal die voornamelijk in Antwerpen zouden bestaan. Om hiervoor een oplossing te zoeken, heeft hij vervolgens het initiatief genomen voor een wetswijziging om een specifieke groep de toegang tot het volwassenenonderwijs te ontzeggen in plaats van de capaciteit van de onderwijsinstellingen te vergroten.

Op 26 mei werd het Onderwijsdecreet XXI in de Commissie Onderwijs en Gelijke Kansen van het Vlaams Parlement besproken. Meeting organiseerde naast het Vlaams Parlement ´De laatste klas´. Tijdens deze ludieke manifestatie namen mensen zonder wettig verblijf deel aan een les over democratie. Tijdens de manifestatie vond er ook een gesprek plaats met de woordvoerder van minister van Onderwijs Pascal Smet.

Op 31 maart 2011 had de Raad van State zich al vragen gesteld bij het wettig doel, het inzetten van uitsluiting van een specifieke groep als noodzakelijk middel en de evenredigheid van de maatregel. De Raad gaf ter overweging het voorstel (artikel IV.7) te herbekijken. Toen het voorontwerp ter stemming lag in de Vlaamse Commissie Onderwijs ging hier een grondig debat mee gepaard. Het Vlaamse parlement behield niettemin het voorstel, maar paste zijn verantwoording aan. De commissie had het over drie doelstellingen: een integratiedoelstelling (geen verkeerd signaal geven aan mensen die hier niet mogen blijven), een immigratiedoelstelling (loyaliteit met het federale migratiebeleid) en een onderwijsdoelstelling (tegenstelling tussen het organiseren van onderwijs op een bepaald grondgebied en het illegaal verblijven erop enerzijds, een oplossing voor de vermeende wachtlijsten anderzijds). Hieruit blijkt nogmaals dat minister Pascal Smet deze maatregel hoe dan ook wilde doordrukken om een bijdrage te leveren aan een migratiebeleid dat volgens hem gebaseerd zou moeten zijn op ontrading en uitsluiting. Tijdens de Commissie Onderwijs werd immers duidelijk dat er geen registratie wordt uitgevoerd door de onderwijsinstellingen van het verblijfsstatuut van de cursisten. Om deze reden kan men dan ook geen conclusies verbinden aan de samenstelling van de deelnemers.

Naar aanleiding van de Commissie Onderwijs op 26 mei heeft Meeting een aantal leden gecontacteerd m.b.t. hun interventies in de commissie om hen van bijkomende informatie te voorzien.

In een ultieme poging om de politieke eisen nog extra kracht bij te zetten werd er op 14 juni een manifestatie georganiseerd aan de Brusselse Beurs waaraan ruim 300 mensen deelnamen. Tegelijkertijd vonden er in Antwerpen, Kortrijk, Gent, Leuven en Sint-Niklaas ook acties plaats.

Alle lobby- en actiewerk vanuit verschillende hoeken ten spijt, werd op 14 juni 2011 werd het decreet in het Vlaamse parlement aangenomen. Vanaf 1 september 2011 werd het decreet van kracht en mogen onderwijsinstellingen deze mensen officieel niet meer tolereren in hun klassen.

Na een waaier aan verschillende ludieke acties besloten de Liga voor Mensenrechten, de vzw Volwassenenonderwijs Landelijke Bediendecentrale (LBC-NVK) en Samenlevingsopbouw Brussel eind augustus zich te verzetten tegen deze maatregel die ze ongrondwettelijk achten. Aan het Grondwettelijk Hof wordt de vernietiging gevraagd met twee aparte verzoekschriften .
Samenlevingsopbouw Brussel en Liga voor de Mensenrechten namen Stefan Sottiaux (professor Grondwettelijk recht KUL) onder de arm.
Dit verzoekschrift werkt een aantal hoofdargumenten (juridisch) verder uit. Ten eerste wordt de wettigheid, noodzakelijkheid en disproportionaliteit van de maatregel in vraag gesteld. Ten tweede wordt een grote klemtoon gelegd worden op de schending van het grondrecht op onderwijs (gewaarborgd in art. 24 van de Belgische Grondwet en art. 2 van het Eerste Protocol van het Europees verdrag voor de rechten van de mens).

Deze juridische stappen werden wereldkundig gemaakt tijdens een persconferentie op 27 oktober, die werd opgeluisterd met verschillende acties in bijna alle Vlaamse centrumsteden en Brussel. Meeting publiceerde voor die gelegenheid ook een achtergronddossier over de totstandkoming van de nieuwe inschrijvingsvoorwaarden en houdt daarbij ondermeer de argumenten van minister Pascal Smet tegen het licht.

Lessen Nederlands

Vanaf september organiseert Meeting i.s.m. Camelia Emancipatiehuis een lesaanbod Nederlands Tweede Taal voor mensen zonder wettig verblijf om een antwoord te bieden op de nieuwe inschrijvingsvoorwaarde voor het Nederlandstalig volwassenenonderwijs.

Er worden in het schooljaar 2011-2012 vier lesgroepen aangeboden met verschillende niveaus; laaggeschoolden, hooggeschoolden en niveau 2.3.

Meeting acht het belangrijk dat deze lessen blijven bestaan om te voldoen aan de verschillende doelstellingen die onderwijs voor MZWV kunnen beogen zoals het aanleren van basiscompetenties of ter voorbereiding op een wettig verblijf.

III. Procedure Dringende Medische Hulp

Dringende medische hulpverlening (DMH) is een recht van mensen zonder wettig verblijf dat is verankerd in artikel 57§2 van de organieke OCMW-wet van 8 juli 1976. Het is echter geen evidentie om dit recht uit te oefenen, mede omdat het bevoegde OCMW beslist hoe de uitvoering ervan concreet verloopt. In een Brusselse context met 19 OCMW zorgt dit dus voor een onoverzichtelijk kluwen: sommige OCMW betalen de eerste consultatie terug, anderen niet, sommige OCMW sluiten conventies af met artsen, anderen niet, sommige OCMW werken met een medische kaart, anderen met een betalingsverbintenis. Er zijn ook algemene knelpunten binnen deze procedure zoals het moeten aantonen van verblijf in de gemeente alvorens het recht kan geopend worden, het OCMW dat één maand de tijd krijgt om een sociaal onderzoek uit te voeren en in tussentijd geen medische zorg kan waarborgen, enz.

In juli 2011 kregen we een oproep van straathoekwerk Jes om samen na te denken over een efficiëntere procedure DMH. Ook Pigment signaleerde ons in dezelfde periode dat ze vaak moeilijkheden ondervonden om voor hun bezoekers DMH te verkrijgen. In juli waren er twee verkennende vergaderingen: één met een gespecialiseerde jurist (Vincent Decroly, Freeclinic) en één met een gespecialiseerde dienst (Médecins du Monde). We besloten om een overleg op te starten. Meeting – Samenlevingsopbouw Brussel contacteerde hiervoor mogelijke partners. De uiteindelijke deelnemers zijn: Meeting, Pigment, Jes, Medimmigrant, Huis voor Gezondheid, Brusselse Welzijnsraad, Médecins du Monde, Maison Médicale Schaerbeek, straathoekwerk Diogenes en Geneeskunde voor het Volk Molenbeek. Kruispunt Migratie – Integratie en het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding gaven aan op de hoogte te willen blijven.
In september 2011 ging het overlegplatform van start. Tijdens een eerste vergadering in september zetten we de meest prioritaire knelpunten op een rijtje:
* DMH kan in principe niet preventief toegekend worden waardoor veel mensen alsnog veel medische kosten zelf dienen te betalen;
* Er bestaat geen duidelijk overzicht van de werking van de verschillende OCMW;
* Gebrekkige dienstverlening aan het onthaal van verschillende OCMW
* Hulpverlening voor personen die zich aandienen bij de spoedafdelingen van de ziekenhuizen;
* Beperkt aantal artsen die een conventie afsluiten met de OCMW.

De partners kozen elk een knelpunt om verder uit te spitten. Meeting is verantwoordelijk voor het knelpunt ‘onefficiënte hulpverlening bij de spoeddiensten’ en ging hiervoor in oktober 2010 in overleg met Medimmigrant (rechtspraak inventariseren betreffende de bevoegdheidsconflicten OCMW - Ziekenhuizen) en met het Oriëntatiepunt Gezondheid van Oost Vlaanderen (good practice).

Het opzoekwerk rond de knelpunten wordt in januari 2012 gebundeld in een nota die in februari 2012 zal worden bezorgd aan de nieuwe staatssecretaris voor asiel, migratie, integratie en armoedebestrijding Maggie De Block. Zij is op de hoogte van de procedure DMH en van de praktijk. Ze lanceerde in september 2010 betreffende deze materie zelfs een voorstel tot resolutie voor de kamer. In de nota schetsen we de gangbare praktijk en geven we aanbevelingen, indien mogelijk geïllustreerd met een good practice. Via deze weg hopen we tot dialoog te komen met het – federaal - beleid.

Wat dialoog met het lokaal beleid betreft, wordt hier voor een deel aan tegemoet gekomen via onze samenwerking met de Brusselse Welzijnsraad. De werking van de OCMW wordt door de (BWR) immers geïnventariseerd via een pilootproject waar momenteel drie OCMW (Molenbeek, Schaarbeek en Stad Brussel) aan deelnemen. Meeting engageerde zich ertoe om telkens de BWR een overleg heeft met een OCMW betreffende het thema gezondheid, een rondvraag te doen bij de partners en een nota op te stellen die door de BWR kan meegenomen worden naar het overleg. Voor OCMW Brussel Stad gebeurde dit in december 2011. De OCMW van Molenbeek en Schaarbeek komen in januari 2012 aan de beurt.

Meeting neemt in dit overlegplatform ook de problematiek van DMH voor illegale families met minderjarige kinderen mee. Een knelpunt waar in het kader van het samenwerkingsverband al sinds 2010 samen aan gewerkt wordt. Meeting neemt deel aan een overleg met RIC Foyer, Adde, Médecins du Monde, Siréas en Medimmigrant. Meeting is hierbinnen verantwoordelijk voor de registratie van de problematiek en fungeert als aanspreekpunt voor nieuwe weigeringen van DMH. Vanuit dit overleg werd in oktober 2011 een onderhoud gevraagd met het OCMW van Stad Brussel maar hier ontvingen we tot nu toe nog geen antwoord op. Via de BWR (zie hierboven) werd dit knelpunt wel ter sprake gebracht.

Het overleg DMH wordt door alle partners als waardevol beschouwd omdat we op deze manier informatie kunnen uitwisselen, onze ervaringen kunnen delen, taken kunnen verdelen en samen voorstellen bundelen om de praktijk te verbeteren. Het overlegplatform functioneert voor ‘basisorganisaties’ als Pigment en Jes als een waardevolle bron van info, terwijl dit voor gespecialiseerdere organisaties als Medimmigrant en Médecins du Monde functioneert als een vehikel om gedragen beleidsaanbevelingen te kunnen doen. Toekomstpistes voor het platform zijn de Internationale Dag voor de Gezondheid van 4 april 2012 en de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012.

8. Agogische activiteiten

Meeting ondersteunt vanuit het maatschappelijk opbouwwerk een groep mensen zonder wettig verblijf die zich organiseert in een poging om hun grondrechten uit te oefenen of verdedigen. Tijdens reguliere bijeenkomsten worden knelpunten aangekaart waar mensen zonder wettig verblijf mee worden geconfronteerd en wordt er bekeken of er gezamenlijk acties opgestart kunnen worden. Het is een agogisch traject waarin de groep zelf het voortouw neemt. Mensen zijn vrij om zich aan te sluiten bij deze groep. De ondersteuning van de opbouwwerker bestaat uit begeleiding van het proces, het uitbouwen van een netwerk, leggen van contacten met beleidsmakers en derdenorganisaties, vorming, etc…

De werkgroep heeft haar oorsprong in mei 2010 toen Meeting n.a.v. haar oriëntatiecursussen ook een groep mensen probeerde samen te stellen die actief aan de slag wilde met de aanpak van knelpunten m.b.t. de toegang to grondrechten. Na een uitgebreide analyse van de knelpunten die de deelnemers als meest problematisch ervaarden, werd ervoor gekozen om de nadruk te leggen op tewerkstelling. De groep kreeg zodanig de noemer Collectief Werknemers Zonder Papieren, waarmee zij verschillende activiteiten ontplooiden die zich richtten op enerzijds het recht om op een legale manier te kunnen werken in België en anderzijds de werkomstandigheden van clandestiene werknemers.

Gedurende het voorbije jaar is het Collectief Werknemers Zonder Papieren samengevoegd met het Collectief Sans Papiers Belgique (SPBelgique). Laatstgenoemde is deels een afsplitsing van het Collectief Werknemers Zonder Papieren geweest om te kunnen voldoen aan de behoefte om ook de bredere eisen voor bijvoorbeeld regularisatie van het verblijf ruimte te bieden. In september werd dan echter beslist om een fusie te laten plaatsvinden van beide collectieven om de werkdruk en overlegmomenten voor de deelnemers zoveel mogelijk te beperken.
Om een duidelijke focus te kunnen aanbrengen in de activiteiten werd er wel voor gekozen om een select aantal thema´s te behandelen: Dringende Medische Hulp (DMH), regularisatie, werk en onderwijs. Deze thema´s sluiten nauw aan bij de beleidsdomeinen waarmee de medewerkers van Meeting bezig zijn. De basiswerking en het beleidsbeïnvloedend werk vullen elkaar dan ook in sterke mate aan. De beleidsmedewerkers kunnen hun voorstellen aftoetsen aan de werkgroep en de deelnemers worden op professionele wijze ondersteund met inhoudelijke input en reflectie.

Voor de thematische werking is er een samenwerking met Pigment vzw. Deze Vereniging waar Armen het Woord Nemen heeft zich in 2011 voornamelijk gericht op de politieke eisen die verband hielden met regularisatie en Dringende Medische Hulp terwijl Meeting speciale aandacht bleef houden voor tewerkstelling en onderwijs.

Ondersteunende rol

Meeting wil mensen zonder wettig verblijf de mogelijkheid bieden om betrokken te zijn bij de totstandkoming van het beleid ten aanzien van mensen zonder wettig verblijf. Daarnaast zet Meeting zich ook in om het bestaande beleid te verbeteren met het oog op een betere garandering van de grondrechten van mensen zonder wettig verblijf in de praktijk. Meeting gelooft er heel sterk in dat een adequaat, duurzaam en rechtvaardig beleid ten aanzien van mensen zonder wettig verblijf enkel tot stand kan komen indien de migratieredenen en motieven van de mensen mee in rekening genomen worden. Daarvoor is beleidsparticipatie noodzakelijk. Door de mensen te betrekken bij de totstandkoming van het beleid dat een enorme impact heeft op hun dagelijkse bestaan hopen we bij te dragen aan een genuanceerde beeldvorming van deze doelgroep en een beleid dat rekening houdt met de complexiteit van transnationale migratie die wordt gekenmerkt door armoede en een gebrek aan kansen in het mondiale zuiden en onze eigen maatschappij.

De ondersteuning die Meeting biedt is, zoals gezegd, tweeledig. De ondersteuning van de beleidsparticipatie bestaat ondermeer uit het maken van analyses van het huidige politieke beleid en de maatregelen die daar worden genomen en in te spelen op kansen om de levensomstandigheden van mensen zonder wettig verblijf zichtbaar te maken en hun kwetsbare levenssituatie aan te klagen. Dit kan vervolgens resulteren in het organiseren van acties (al dan niet gekoppeld aan een onderhoud met bevoegde ministers).
Binnen de agogische begeleiding gaat de verantwoordelijke opbouwwerkster op zoek naar kansen om de groep te verstevigen, tegemoet te komen aan hun leer- en ontwikkelingsvragen in functie van onder andere de beleidsparticipatie.

Om een indruk te krijgen van de diversiteit aan activiteiten van deze werkgroep, volgt hieronder een overzicht.

Regelmatige bijeenkomsten

Het zwaartepunt van de werking ligt bij de regelmatige overlegmomenten van de kerngroep. Deze kerngroep bestaat uit acht mensen die op wekelijkse basis vergaderen over de planning, uitvoering en opvolging van acties en activiteiten (zie opsomming lager).
Deze vergadering zijn tegelijkertijd ook momenten waar uitwisseling plaatsvindt over de theorie en praktijk van de toegang tot grondrechten wat veel oplevert voor zowel de organisatie als de deelnemers. Deze interactie is een grote meerwaarde. Daarnaast hebben de bijeenkomsten ook een vormingsaspect in zich omdat de opbouwwerkster doorlopende informatie overbrengt en kansen aangrijpt om op leervragen van de deelnemers in te gaan. Dit verbetert op termijn weer de geleverde inspanningen.
Daarnaast organiseerde de kerngroep op regelmatige basis, veelal wekelijks, publieke vergaderingen welke worden bijgewoond door een wisselende groep van 100 personen.

Werkgroep actietheater

In het kader van de actie op 13 december 2010 in de Nieuwstraat van Brussel, werd een actietheater voorbereid. Deze werkvorm trok niet enkel de aandacht van voorbijgangers en media, maar leverde ook voor de groep een nieuwe manier op om hun eisen en standpunten kenbaar te maken. Er werd besloten met deze werkvorm verder te gaan en het theater verder te ontwikkelen.
In het kader van de actie op 11 mei voor de Dienst Vreemdelingenzaken werd de draad weer opgepakt. Een groepje van een zevental mensen kwam gedurende de maanden april, mei enkele keren samen met een professionele theaterpedagoge om het actietheater in te oefenen en te verbeteren. De boodschap bleef dezelfde: mensen zonder papieren voldoen aan de vereisten om op de arbeidsmarkt ingezet te kunnen worden, maar mogen dat omwille van hun statuut niet. Daardoor komen ze in het clandestiene arbeidscircuit terecht, waar ze vaak in onmenselijke omstandigheden tewerk gesteld worden. Opnieuw lokte het actietheater media en publiek.

Overleg met oplossingsactoren

In mei werd een delegatie op het kabinet van staatsecretaris voor Asiel en Migratiebeleid Melchior Wathelet ontvangen om de knelpunten met betrekking tot de aanslepende regularisatiecampagne aan te klagen.

In september werd een delegatie mensen zonder wettig verblijf ontvangen op het kabinet van toenmalig minister van Werk en Gelijke Kansen mevrouw Milquet. De delegatie werd ontvangen door een woordvoerder van de minister. Er werd geluisterd naar de opmerkingen over de knelpunten die er bestaan m.b.t. de personen die een regularisatieaanvraag op basis van een geldig arbeidscontract in 2009. Er werd verder geen gevolg gegeven aan het onderhoud.

Actorenanalyse

In april en mei kwam op geregelde basis een deel van de kerngroep samen om een actorenanalyse te maken betreffende de relevante actoren in de strijd om meer rechten voor werknemers zonder papieren. Op basis van digitale en andere bronnen, werden actoren opgespoord en gecategoriseerd. Nadien werden enkele relevante actoren gecontacteerd.

Overleg met samenwerkingspartners

In mei heeft de werkgroep een reeks gesprekken gevoerd met organisaties die mogelijke samenwerkingspartners zouden kunnen zijn. De keuze van de organisaties was één van de uitkomsten van de actorenanalyse die werd uitgevoerd. Zo vonden er ontmoetingen plaats met de Organisatie voor de Rechten van Clandestiene Arbeidsmigranten (ORCA), Ciré, ACV Brussel-Halle-Vilvoorde en een werkgroep Arbeidsrechten van Arbeidsmigranten (platform van verschillende organisaties). Tijdens de gesprekken vond er een uitwisseling plaats over de activiteiten van de organisaties, presentatie van standpunten en werden de mogelijkheden voor samenwerking verkend. Met enkele organisaties was de info-uitwisseling nadien veel vlotter.

Sensibilisering

Op 1 mei was het Collectief Werknemers Zonder Papieren aanwezig op de festiviteiten ter ere van de Dag van de Arbeid van de ABVV/FGTB.
Een tiental mensen zonder wettig verblijf deed een symbolische sensibiliseringsactie die heel wat aandacht trok. Aan de handen geketend met een touw, verscholen achter een wit masker en voorzien van een bord waarop het beroep van de persoon stond, liepen een tiental mensen door de mensenmenigte en het feestgewoel. Wie goed keek, kon op de ruggen van al deze ‘onzichtbare’ werknemers lezen in welke omstandigheden ze tewerk gesteld worden. Via een flyer werden nieuwsgierige voorbijgangers attent gemaakt voor de werksituatie werknemers op de clandestiene arbeidsmarkt.

Ook debatten, filmvertoningen of andere publieke momenten werden het voorbije jaar geregeld aangegrepen om getuigenissen te brengen van wat het betekent om een werknemer zonder papieren te zijn. Op die manier werden mensen die soms zeer ver van deze realiteit verwijderd zijn, gevoelig gemaakt voor dit onderwerp.

Vormingsmomenten

De ondersteunende functie van de opbouwwerker bestaat voor een deel uit het aanbieden van vormingen die de deelnemers beter in staat stellen om te kunnen participeren aan de totstandkoming van het beleid of de oplossingsactoren te interpelleren over drempels m.b.t. de toegang to grondrechten. Tijdens de vele bijeenkomsten van de werkgroep wordt er doorlopend informatie over een veelvoud aan thema´s verstrekt, maar daarnaast proberen we om ook een aantal specifieke momenten te organiseren om bepaalde vaardigheden aan te leren.
Zo vond er in mei een vorming plaats over strategisch campagne voeren. Een medewerker van het Forum voor Vredesactie ging i.s.m. met een opbouwwerker van Meeting een hele dag lang aan de slag met de werkgroep. Er werd a.d.h.v. uitleg en concrete oefeningen gezocht naar verschillende manieren om een campagne vorm te geven waar er aandacht werd besteed aan zowel de voorbereidende fase, als de uitvoering en evaluatie ervan. De werkgroep heeft op verschillende momenten tijdens het werkjaar aangegeven elementen uit deze vorming toe te passen.
Leden van de werkgroep namen ook deel aan een reeks vormingen van Ligue des Droits de l´Homme over de verschillende grondrechten van mensen zonder wettig verblijf zoals werk, dringende medische zorgen, huisvesting, etc. Op deze manier ontwikkelden zij ook een beter omkaderde basiskennis die doorlopend van pas komt.

Open ontmoetingsmomenten

De werkgroep heeft in 2011 ook verschillende activiteiten georganiseerd die dienden om de onderlinge relaties binnen bestaande groep op een informele manier te verstevigen. Daarnaast vonden er ook een aantal activiteiten plaats om nieuwe personen te interesseren voor deelname aan de werkgroep.
In het najaar vonden er drie filmavonden plaats die steeds op een ander thema waren gebaseerd; regularisatie en hongerstaking, clandestiene arbeid en vakbondsbewegingen. De films werden kort ingeleid en na afloop vond er steeds een debat plaats naar aanleiding van een aantal stellingen die verband hielden met de films. Het inzetten van films bleek een laagdrempelige uitstraling te hebben om nieuwe geïnteresseerden aan te trekken.
Zowel in juni als in november werden er culturele avonden georganiseerd waarbij de leden een maaltijd en randanimatie verzorgden. Tegelijkertijd werden er ook presentaties gegeven over de activiteiten van de werkgroep. Hiermee werd er niet alleen getracht om nieuwe leden te werven, maar probeerde men ook een ondersteunend netwerk op te bouwen van organisaties en sympathisanten.
Voor de groepsvorming werd er een uitstap naar de zee georganiseerd in juli om een intensieve periode met vele (politieke) activiteiten op een ontspannende wijze af te sluiten.
In diezelfde periode werd de werkgroep ook uitgenodigd voor een feestelijke bijeenkomst van de werkgroep van huishoudpersoneel die wordt gecoördineerd door OR.C.A. De beide groepen hebben hun werking zo aan elkaar kunnen voorstellen.

9. Bijdrage aan kennisforum

Om mensen zonder wettig verblijf te kunnen bijstaan moeten hulpverleners niet alleen de vreemdelingenwet kennen. Ze dienen ook inzicht te hebben in de manier waarop de wet in de praktijk door de verschillende overheidsinstanties toegepast wordt. Vreemdelingenrecht is immers administratief recht. De hulpverlener bouwt deze praktijkkennis geleidelijk op naar aanleiding van de dossiers die hij behandelt. De praktijk levert de hulpverlener dus heel interessante informatie op. Maar zijn kennis blijft echter fragmentair, omdat ze beperkt blijft tot de problematiek uit zijn dossiers en overheidsinstellingen waar hij mee te maken kreeg. Het vraagt veel ervaring om een degelijke kennis op te bouwen. Ook binnen een klein team is dit niet vanzelfsprekend. Het wordt bovendien bemoeilijkt door het verloop in de hulpverlening.

Op 1 juni 2010 werd er een digitaal kennisforum opgericht als oplossing voor dit probleem. Het biedt professionele en vrijwillige hulpverleners de mogelijkheid om over de grenzen van de organisatie heen kennis te delen. Dit kennisforum wordt beheerd door de themaverantwoordelijke van RIC Foyer.

Op 31 december 2011 had het forum 117 leden. In 2011 werd de toegankelijkheid van het kennisforum uitgebreid naar organisaties in Vlaanderen, waardoor het ledenaantal ook sterk gestegen is ten aanzien van 2010.

Meeting staat grotendeels in voor berichtgeving over de aanpak van knelpunten. Daarnaast beheren we ook een onderdeel over het vormingsaanbod van mensen zonder wettig verblijf. Uiteraard reageren we ook op algemene vragen van hulpverleners op het forum.

10. Beleidsaanbevelingen

De huidige problematiek van mensen zonder wettig verblijf wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een achterhaald beleid van economische migratie op basis van een economische conjunctuur uit de jaren zeventig. Een aanzienlijk deel van de irreguliere migranten heeft immers louter economische motieven om zich in België te willen vestigen. Men hoopt een inkomen te kunnen verwerven uit arbeid om hun precaire levensomstandigheden, en dat van familieleden, te kunnen verbeteren. Deze ambitie kan echter geen vorm krijgen binnen het huidige wettelijk kader, hoewel de arbeidsmarkt en evolutie van de sociale zekerheid, met de vergrijzing in het bijzonder, steeds meer signalen uitzendt dat men gebaat zou zijn bij een moderne economische migratie, dat ondermeer de kansen voor aanwerving van laaggeschoolde personen toelaat. Alleen een aangepast migratiebeleid zou een uitweg kunnen bieden uit deze schrijnende situatie die nog generaties zal blijven voortduren. Het is zaak hier op een verantwoorde en menselijke manier mee om te gaan.

Reeds jaren loopt de behandelingstermijn van verblijfsaanvragen de spuigaten uit. Het duurt veelal jaren voordat een aanvraag tot regularisatie van het verblijf wordt behandeld. Tijdens die lange periode wordt de verzoeker constant in de veronderstelling gelaten dat zijn situatie zou kunnen verbeteren. Zeker indien men blijvende inspanningen doet voor verdere maatschappelijke integratie. Ondertussen zal de persoon slechts in beperkte mate rekening houden met een eventuele weigering tot machtiging van het verblijf. Dit maakt een proces van toekomstoriëntering erg moeilijk omdat de betrokkenen hoop blijven putten uit hun perspectief op een wettig verblijf. Een aanzienlijke verkorting van de behandelingstermijn zou niet alleen de verzoekers ten goede komen, maar zeker ook de hulpverleners die een constructief traject met de migranten wil aanvangen. Wij pleiten om die reden ook voor het instellen van een vaste behandelingstermijn van 6 maanden, zoals het geval is voor asielzoekers. Indien de DVZ deze termijn niet respecteert zou de verzoeker een tijdelijke verblijfstitel moeten verkrijgen met Arbeidskaart C.

Ten aanzien van de toepassing van toekomstoriëntering binnen het Vlaams Integratiedecreet van 2009 pleiten we tegelijkertijd voor een erkenning van dit methodisch kader als handvest voor de hulpverlening met mensen zonder wettig verblijf.

Tegelijkertijd zal de eenzijdige oriëntering op terugkeer naar het land van herkomst, die de verschillende overheden nu toepassen, beëindigd moeten worden. Die aanpak werkt in de praktijk immers contraproductief en heeft alleen maar tot gevolg dat de betrokken personen zich verder zullen afsluiten van de eventuele mogelijkheid tot die terugkeer.
Vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst is een optie die voor velen een uitvlucht kan bieden uit een vicieuze cirkel van armoede en problemen, maar zal ook veel ondersteuning vereisen indien we een reïntegratie succesvol willen maken. De effectiviteit ervan zal ook grotendeels bepalen of de betrokkene erin zal slagen om de existentiële behoeften te vervullen. Een falen van de reïntegratie zal ook een uitnodiging kunnen betekenen voor personen in de omgeving om te migreren naar Europa omdat een zinvol toekomstperspectief in het land van herkomst niet te realiseren valt.
De implementering van de Europese Terugkeerrichtlijn in België voorziet in een termijn van dertig dagen nadat het Bevel om het Grondgebied te Verlaten werd afgeleverd om de terugkeer voor te bereiden. Binnen die termijn is het uiteraard mogelijk om de terugkeer logistiek in orde te krijgen, maar voorziet geen enkele ruimte om de juiste voorwaarden te scheppen voor een reïntegratie. Wij pleiten daarom voor een intensieve trajectbegeleiding met aandacht voor het verwerven van competenties, training voor ondernemers, etc. Een verder uitstel van vertrek zou dan ook tot de mogelijkheden moeten kunnen behoren tijdens dit traject, indien men zich werkelijk engageert voor de terugkeer.

Tenslotte roepen we de Vlaams Regering op om het gewijzigde Onderwijsdecreet XXI te vernietigen en het recht op onderwijs voor iedereen te laten gelden zoals vastgelegd in de grondwet.

Meeting levert een actieve bijdrage aan het uitoefenen van de grondrechten en toekomstperspectieven van mensen zonder wettig verblijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Meeting
Oppemstraat 54
1000 Brussel
Tel. 02/502.11.40
E-mail: info@meetingvzw.be

Meeting is een deelwerking van Samenlevingsopbouw Brussel vzw en Link=Brussel vzw met de financiële steun van de Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gemeenschapscommissie.