Werk maken van een actieve arbeidsmigratie

Brussel heeft te kampen met een hoge jeugdwerkloosheid. Een aanzienlijk deel van de jonge actieve bevolking is nochtans niet terug te vinden in die statistieken. De duizenden mensen zonder wettig verblijf die in de Brusselse gemeenten leven staan nergens geregistreerd als werkzoekende maar leveren wel dagelijks een strijd om te overleven. Aangezien deze, veelal jonge, mensen geen toelating hebben om te werken in België, en daarmee ook geen recht op een vervangingsinkomen, zijn de gevolgen van de werkloosheid extra manifest. De extreme armoede die dit veroorzaakt uit zich in uitzichtloze thuisloosheid, ondervoeding en medische problemen. Nochtans zijn de meeste van deze jongeren naar Brussel gekomen om een inkomen te verwerven uit arbeid en zo een uitweg te vinden uit de werkloosheid waarvoor zij geen oplossingen zien in hun land van herkomst. In Brussel hoopten zij gelijke kansen te vinden na in eigen land jarenlang opgebotst te zijn tegen corruptie en favoritisme op de arbeidsmarkt na hun studies.

In de praktijk zijn deze jongeren niet per definitie altijd werkloos. Zij zoeken immers manieren om te overleven en worden zo verplicht tot clandestiene tewerkstelling bij (malafide) werkgevers die hen onder gevaarlijke en ongezonde omstandigheden inschakelen tegen erg lage lonen, die ook niet altijd uitbetaald worden achteraf. De personen met een ondernemersgeest zoeken soms ook zelf naar oplossingen in handelsactiviteiten zoals het verkopen van sigaretten, muziek of kleding op straat en in horecagelegenheden om links en rechts een euro binnen te slepen. Het behoeft geen uitleg dat deze informele activiteiten de personen in een uiterst precaire situatie brengt waarbij geen inkomensgarantie bestaat en ook alle randvoorwaarden verre van vervuld zijn. De overheid daarentegen poogt om sociale fraude en misbruik door werkgevers in te perken maar kunnen geen bescherming bieden aan de werknemers die zij aantreffen tijdens sociale inspecties. Zodoende is het wederom die precaire groep die de zwaarste gevolgen zal dragen zoals opsluiting en uitwijzing.

Daarnaast worden bepaalde sociale rechten van mensen zonder wettig verblijf steeds verder beperkt die ook een toekomstige integratie op de arbeidsmarkt na regularisatie van de verblijfssituatie compliceert. Want hoewel er jaarlijks toch al omstreeks 10.000 personen worden geregulariseerd is er geen overheidsbeleid dat inspeelt op deze tendens. Integendeel zelfs. De inschrijvingsvoorwaarde voor het Nederlandstalig volwassenenonderwijs werd op 1 september 2011 aangepast waardoor alleen mensen met een wettig verblijf toegang krijgen tot opleidingen. Ook de Franstalige gemeenschap heeft striktere voorwaarden gesteld aan de inschrijvingen. Dit betekent dat veel van de geregulariseerde personen eerst een oriënterende fase moeten doorlopen en tegelijkertijd professionele competenties verwerven en taalkennis opdoen alvorens zij een waardig en zinvolle job kunnen uitoefenen. Een groot deel van de eerder verworven competenties zal tevens geactualiseerd moeten worden. Door de complexe levensomstandigheden de voorbije jaren zal een aanzienlijk deel van de kennis en vaardigheden immers niet meer op maat zijn van de snelle ontwikkelingen die onze samenleving doormaakt.

Daarnaast mogen we ook niet vergeten dat een beperkt deel van deze groep vroeg of laat zal terugkeren naar het land van herkomst. Ook daarin moeten we investeren opdat die terugkeer een zinvolle impuls kan geven aan het leven van de migrant. Hier niets mee doen is een kleine ramp voor het individu aangezien zij genoodzaakt zijn om verder te leven in armoede zonder een volwaardig inkomen uit arbeid dat ook voldoet aan hun profiel. Wij pleiten er daarom dan ook in eerste voor dat er een adequaat beleid wordt ontwikkeld dat anticipeert op de realiteiten van migratie in Brussel in plaats van het te laten gebeuren.

Tot slot zouden we willen voorstellen om het beleid ten aanzien van arbeidsmigratie grondig te hervormen. We zouden immers kunnen beginnen met het toegang verschaffen van buitenlandse werknemers, laag- en hooggeschoolde, tot jobs waarvoor de werkgever geen kandidaten vindt op de Belgische arbeidsmarkt. Alleen op deze manier kunnen we een degelijke oplossing vinden voor de continue instroom van jonge migranten die we niets ander kunnen bieden dan een leven in extreme armoede en tegelijkertijd de demografische uitdagingen in België van een concreet antwoord voorzien.

In 2009 heeft de regering gepoogd om middels een tijdelijke maatregel clandestiene migranten de kans te bieden om hun verblijf te regulariseren via werk. Omwille van vele administratieve obstakels is de impact van dit programma maar heel beperkt gebleken. In vele gevallen gaf de Dienst Vreemdelingenzaken pas na twee jaar of langer de toelating aan de aanvrager om een arbeidskaart aan te vragen op basis van het contract dat evenveel tijd daarvoor werd opgesteld. Daarbovenop duurt ook de behandeling van de aanvraag bij de gewestelijke ministeries van tewerkstelling soms zes maanden of meer. Die ellenlange procedure heeft vele mensen verhinderd om openstaande betrekkingen in te vullen of informele arbeid te normaliseren. Daarbovenop waren de aanvragers niet toegelaten tot de arbeidsbemiddelingsdiensten zoals Actiris en VDAB wat ook de kansen voor onze werkgevers om gemotiveerd personeel te vinden sterk beperkte. Kortom, een mislukte maatregel voor alle partijen.

Concrete beleidsaanbevelingen t.a.v. het federale migratiebeleid:

• Modern arbeidsmigratiebeleid waarbij de overheid de match maakt tussen vraag en aanbod voor zowel laag- als hoogopgeleide migranten;
• Creëren van een nieuw arbeidskaartmechanisme met minder dominante rol van werkgever om misbruik en uitbuiting tegen te gaan;
• Herziening van het programma regularisatie via werk voor iedereen die omwille van externe redenen geen arbeidskaart heeft kunnen aanvragen;
• Toegang tot de arbeidsmarkt via Arbeidskaart C vanaf zes maanden na het indienen van een regularisatieaanvraag;
• Duidelijke regularisatiecriteria zodat duidelijk is wie kan beschikken over een machtiging tot verblijf;
• Beschermend statuut voor clandestiene werknemers die meewerken aan onderzoek tegen sociale fraude.

Concrete beleidsaanbevelingen t.a.v. het Vlaamse beleid:

• Vernietiging van het Onderwijsdecreet XXI, dat ervoor zorgt dat mensen nog meer in de clandestiniteit zullen verblijven;
• Beleid ontwikkelen t.a.v. oriëntering op zinvolle toekomstperspectieven;
• Toegang tot arbeidsbemiddeling voor personen in een precaire verblijfssituatie;
• Herziening van het beleid inzake de toegang tot de Vlaamse arbeidsmarkt voor buitenlandse werknemers;
• Clandestiene werknemers begeleiden bij inbreuk arbeidsrecht i.p.v. hen te bestraffen.

Meeting levert een actieve bijdrage aan het uitoefenen van de grondrechten en toekomstperspectieven van mensen zonder wettig verblijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Meeting
Oppemstraat 54
1000 Brussel
Tel. 02/502.11.40
E-mail: info@meetingvzw.be

Meeting is een deelwerking van Samenlevingsopbouw Brussel vzw en Link=Brussel vzw met de financiële steun van de Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gemeenschapscommissie.