Grondrechten beperken is nog geen migratiebeleid

Eind 2011 werd er ook over het veelbesproken beleidsdomein Asiel en Migratie een regeerakkoord gesloten. De regeringspartijen hadden slechts een avond nodig om de krijtlijnen voor het Belgisch migratiebeleid uit te zetten voor de komende jaren. Na alle commotie over dit thema de afgelopen jaren was het dan ook verrassend te noemen dat er niet meer voor nodig was om een duidelijke visie op migratie en asiel te ontwikkelen. De verbazing was dan ook extra groot toen we constateerden dat het regeerakkoord voornamelijk maatregelen omvat die reeds door de vorige regering werden genomen om een antwoord te bieden op een aantal excessen en de opvangcrisis. Om die reden mag dit ook niet beschouwd worden als een hervormd migratiebeleid want er zijn maar weinig elementen die dit tot een doordacht beleid maken. De maatregelen die zijn afgekondigd dragen tot niets anders bij dan overlastbestrijding, maar zullen geen antwoord bieden op de realiteit van de duizenden migranten die, al dan niet toevallig, hun weg vinden naar België.

Zonder uitwisseling altijd negatieve beeldvorming

De beeldvorming over mensen zonder wettig verblijf is er het afgelopen jaar ook zeker niet op vooruit gegaan. Zowel in de media als in het discours van beleidsmakers worden deze migranten al te gemakkelijk afgeschilderd als profiteurs en fraudeurs omdat zij gebruik maken van de rechten die bijvoorbeeld worden toegekend aan een asielzoeker of puur uit overlevingsdrang omdat het migratiebeleid niet overeenstemt met de complexiteit van transnationale migratie of de dagelijkse realiteit van deze mensen in België die wordt gekenmerkt door extreme armoede, thuisloosheid, ondervoeding, ziekte, etc. Het migratiebeleid wordt zodanig steeds meer toegespitst op het zoveel mogelijk beperken van de rechten en het beperken van migratiekansen op basis van de veronderstelling dat iedereen die op zoek is naar betere en waardigere levensomstandigheden dat wil doen zonder een bijdrage te leveren aan de ontvangende maatschappij. Meeting wil dit denkpatroon doorbreken door zowel het beleid als de hulpverlening ten aanzien van mensen zonder wettig verblijf veel meer af te stemmen op het persoonlijk migratieproject. Dat kan ondermeer door continu in overleg te blijven met een vertegenwoordiging van deze doelgroep alsmede door hun persoonlijke migratiedoelstellingen serieus in beschouwing te nemen en hier een traject rond op te bouwen.

De rol van opbouwwerk bij afbraakwerk

De afbraak van sociale rechten van alle Belgische burgers die is ingezet door de bezuinigingen van de nieuwe regering zijn reeds voorafgegaan door het aantasten van een aantal minimale rechten van mensen zonder wettig verblijf de voorbije jaren. Deze tendens doet bij ons ook vragen rijzen over de rol van het maatschappelijk opbouwwerk hierin, want in de praktijk zijn wij hoofdzakelijk bezig met het repareren van afbraakwerken van de verschillende overheden:
• Families met minderjarige kinderen moeten volgens het KB van 24 juni 2004 opgevangen worden, maar sinds het voorjaar van 2009 wordt dit structureel geweigerd door Fedasil. Ondertussen is dit KB ondermijnd door een samenwerkingsovereenkomst met de Dienst Vreemdelingenzaken, dat de familie de keuze laat om opgevangen te worden om de beslissing inzake een verblijfsaanvraag af te wachten of om terug te keren naar het land van herkomst.
Meeting werkt nu met het Platform Kinderen op de Vlucht aan een evaluatie van het eerste jaar van de inwerkingtreding van het protocolakkoord en de beleidsmakers vervolgens hiermee te informeren over de praktijk.
• Diezelfde families krijgen bij het OCMW van Brussel steeds vaker ook een weigering van hun aanvraag tot verstrekking van de procedure Dringende Medische Hulp. Hoewel het OCMW hiertoe verplicht is volgens haar eigen wetgeving, schuift zij de verantwoordelijkheid af op Fedasil, die enkel bevoegd is voor de medische zorg tijdens een verblijf in een opvangcentrum.
Met een platform van organisaties zijn we hard bezig om ook andere knelpunten met betrekking tot Dringende Medische Hulp te documenteren in een nota en deze aan te kaarten bij zowel de Brusselse OCMW en de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie.
• In diezelfde lijn werden recent de subsidies van een opvangproject voor mensen zonder wettig verblijf stopgezet dat jarenlang enkele structurele opvangplaatsen bood aan de zwakste personen in verschillende Vlaamse centrumsteden en Brussel. Dit minimale aanbod gaf over het algemeen vooral zieken de kans om hun situatie voor een periode te stabiliseren. Dat zelfs deze opvang werd afgeschaft duidt op een tendens dat de overheid erop uit is om alle sociale rechten tot een absoluut minimum te beperken.
• Door de wijzigingen van de wet op gezinshereniging kunnen alleen families opnieuw herenigd worden indien de persoon die reeds in België over een wettig verblijf beschikt een salaris heeft dat het equivalent betekent van 120% van het leefloon. Deze voorwaarde betekent dus eigenlijk dat armen en werklozen niet langer het universele recht hebben om samen te leven met hun partners of kinderen.
• Wat ons echter nog het meest zorgen baart is de herziene inschrijvingsvoorwaarde voor het Nederlandstalig volwassenenonderwijs sinds 1 september, waarbij een wettig verblijf als vereiste geldt voor deelname aan de cursussen. Deze maatregel achten we niet alleen in strijd met de grondwet, maar verhindert ook een specifieke groep mensen om zich te ontplooien wat er alleen maar toe kan leiden dat zij een onderklasse gaan vormen met alle nadelige gevolgen van dien.
Hopelijk kan het verzoekschrift dat Samenlevingsopbouw Brussel op 28 februari heeft ingediend bij het Grondwettelijk Hof het tij doen keren.

Wanneer het opbouwwerk de opdracht heeft om maatschappelijk kwetsbare groepen te ondersteunen om het recht op een menswaardig leven te realiseren, dan vormen deze voorbeelden de indicatie dat mensen zonder wettig verblijf tot de meest prioritaire aandachtsgroepen behoort. Er zijn immers geen andere groepen waarvan de sociale rechten en toekomstperspectieven op dit tempo worden afgebroken en de levensomstandigheden op fundamentele wijze precair en verstokt van extreme armoede zijn. Blijvende aandacht voor deze ontwikkeling is niet alleen van belang voor wie zich het lot aantrekt van deze mensen in het bijzonder, maar evenzeer als voorbode van de sociale afbraak waaraan andere kwetsbare groepen onderworpen zullen worden.

Regularisatie van 2009 is gemiste kans

Vorig jaar spraken we al onze verontwaardiging uit over de trage afhandeling van de regularisatieaanvragen die in 2009 werden ingediend. Een jaar verder kunnen we allesbehalve zeggen dat de tijdelijke regularisatie-instructie, ondanks de vertragingen, toch een oplossing hebben kunnen bieden voor de problematische levensomstandigheden van duizenden mensen zonder wettig verblijf. De oorzaken hiervoor lagen al verscholen in de criteria die werden gesteld in de instructie als voorwaarden voor regularisatie van het verblijf. Zo werd er ondermeer een onderscheid gemaakt tussen personen die reeds een zogenaamde geloofwaardige poging hadden ondernomen om een wettig verblijf te bekomen en zij die altijd clandestien hebben verbleven. Hierdoor werden de mensen benadeeld die vooraf reeds hun conclusie hadden getrokken dat zij toch niet in aanmerking zouden komen voor bijvoorbeeld de vluchtelingenstatus. Daarbovenop werden deze personen nogmaals benadeeld door hen een bijkomende voorwaarde op te leggen in de vorm van een geldig arbeidscontract.

Die laatste maatregel had uiteraard een goede kans kunnen bieden om informele arbeid te normaliseren, maar de trage afhandeling ervan heeft ertoe geleid dat het op een humanitair en economisch fiasco is uitgelopen. Het is immers los van alle realiteitszin om te veronderstellen dat een werkgever in staat is om twee jaar of langer te wachten op de toelating om een persoon tewerk te stellen. Daarnaast zijn er ook veel mensen die naast de regularisatie van het verblijf hebben gegrepen omwille van malafide werkgevers die achterstallige bijdragen verschuldigd zijn aan de RSZ of personen tewerkstelden waren zonder DIMONA-aangifte bij de sociale zekerheid. Het feit dat de potentiële werknemer zijn lot volledig in handen moet leggen van een werkgever is een fenomeen waar wij grote vraagtekens bij zetten. De Arbeidskaart B die de arbeidsmigratie in goede banen moet leiden is in de praktijk namelijk een bron van uitbuiting en misbruik doordat verblijf en werkgever aan elkaar gekoppeld zijn. De voorziene regionalisering van de arbeidskaarten kan echter kansen bieden om dit systeem te herbekijken en, bovenal, te hervormen door de invoering van een nieuwe arbeidskaart.

Werk maken van arbeidsmigratie

De uitdagingen voor de nabije toekomst bestaan er dan ook uit dat het sociale middenveld en de overheden samen een globale visie ontwikkelen over de manier waarop migratie een plaats kan krijgen in een moderne samenleving, zonder daarbij de nadruk te leggen op randverschijnselen als integratie en identiteit. Er staan België grote demografische veranderingen te wachten zoals de vergrijzing die reeds in 2015 de vraag naar nieuwe arbeidskrachten met duizenden zal doen toenemen. De discussies over de pensioenhervormingen zijn een bewijs van de beperkte wijze waarop rekening wordt gehouden met de aanwezigheid en komst van nieuwe migranten. Meeting is dan ook groot voorstander van een beleid dat gebaseerd is op het samenbrengen van vraag en aanbod op het vlak van economische noden onder toezicht van de overheid om misbruik te voorkomen. Hierbij pleiten we ook voor een beleid dat ruimte laat voor de (tijdelijke) tewerkstelling van laaggeschoolde migranten die hoe dan ook hun weg vinden naar België als clandestiene werknemer. Om op een structurele manier oplossingen te vinden voor het terugdringen van de gevolgen voor irreguliere migratie is het zaak om de mogelijkheden voor reguliere migratie zo optimaal mogelijk te benutten. De argumenten hiervoor vinden we dag na dag in groten getale bij de sociale diensten, inloopcentra voor daklozen, wijkgezondheidscentra, etc. waar duizenden jonge ambitieuze mensen beschrijven hoe zij onder omstandigheden leven die vele malen slechter zijn dan welke ze hebben proberen te ontvluchten. Het zijn deze mensen die in de meest dynamische fase van hun leven hun dagen in Brussel slijten met de vraag of ze opnieuw een halve dag voor drie euro per uur ´mogen´ werken en of ze deze avond in een tochtig kraakpand terecht gaan kunnen. Dat mensen gedwongen zijn om met niets anders bezig te zijn dan puur overleven in plaats van een leven op te bouwen is iets wat onze grootste aandacht verdient als maatschappelijk opbouwwerk.

Meeting levert een actieve bijdrage aan het uitoefenen van de grondrechten en toekomstperspectieven van mensen zonder wettig verblijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Meeting
Oppemstraat 54
1000 Brussel
Tel. 02/502.11.40
E-mail: info@meetingvzw.be

Meeting is een deelwerking van Samenlevingsopbouw Brussel vzw en Link=Brussel vzw met de financiële steun van de Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gemeenschapscommissie.