Memorandum over Dringende Medische Hulp

Mensen zonder wettig verblijf hebben in België een wettelijk verankerd recht op gezondheidszorg via de procedure Dringende Medische Hulp. Helaas stellen verschillende Brusselse organisaties vast dat er in de praktijk heel wat drempels zijn die de toegankelijkheid van dit recht verhinderen. Samenlevingsopbouw Brussel vzw, Dokters van de Wereld, Jes vzw, Medimmigrant vzw en Pigment vzw besloten om samen stappen te zetten om dit aan te pakken.

+ Het gehele memorandum kunt u hier raadplegen. Hieronder vindt u een samenvatting van de knelpunten en aanbevelingen.

Wat is ‘Dringende Medische Hulp’?

In tegenstelling tot wat de term laat vermoeden, geldt de procedure Dringende Medische Hulp niet enkel voor dringende gevallen. De hulp kan preventief en curatief zijn en mag zowel ambulant als in een verplegingsinstelling verstrekt worden.

De procedure:

Om het recht op Dringende Medische Hulp te openen, dienen mensen zonder wettig verblijf zich aan te melden bij het OCMW van hun hoofdverblijfplaats. Het OCMW voert dan een sociaal onderzoek uit waarin wordt nagegaan of de persoon aan de voorwaarden voldoet: hij of zij is zonder wettig verblijf in het land, verblijft op het grondgebied van het OCMW en heeft geen financiële middelen. Een arts dient de nood aan medische zorgen vast te stellen en ‘Dringende Medische Hulp’ te noteren op een attest. Indien aan deze voorwaarden voldaan is, kan het OCMW van de verblijfplaats een betalingsverbintenis afleveren waarmee de hulpvrager een zorgverstrekker kan raadplegen. De federale overheid, meer bepaald de POD Maatschappelijke Integratie, betaalt het OCMW de kosten voor de zorgen met een RIZIV-nomen¬clatuurnummer terug.

De praktijk:

Het lezen van bovenstaande paragraaf doet waarschijnlijk wat vragen en inzichten in potentiële drempels rijzen: Hoe wordt iemand zonder wettig verblijf op de hoogte gesteld van dit recht? Wat met dak- en thuislozen, wat is hun ‘hoofdverblijfplaats’? Er wordt verondersteld dat de persoon naar een dokter gaat om een attest, maar wie betaalt deze ‘eerste consultatie’? Is er enige harmonisatie tussen de werkingen van verschillende OCMW’s? In Brussel zijn er tenslotte 19 …

Memorandum

Het memorandum ‘Dringende Medische Hulp voor mensen zonder wettig verblijf: Waar knelt het schoentje?’, opgesteld door bovenvermelde organisaties, kaart deze knelpunten aan en zoekt naar oplossingen.

Gebrekkige informatie en communicatie
Cultuur- en taalbarrières, alsook onwetendheid over rechten en procedures aan zowel de vraag- als de aanbodzijde, vormen een van de grootste drempels voor de toegang tot gezondheidszorg voor mensen zonder wettig verblijf. Uit onderzoek (2009) blijkt dat 98% van de ondervraagde personen in Brussel zonder wettig verblijf recht had op een terugbetaling van hun zorgkosten. Slechts 58,2% was effectief op de hoogte van dit recht. Gezien de ingewikkelde administratieve procedures nam slechts 34,4% van de geïnformeerde mensen stappen om hun recht effectief te doen gelden. Elke Brussels OCMW hanteert immers een andere procedure en het is voor een buitenstaander allerminst duidelijk hoe die verloopt. Mensen houden ook vaak een vervelend gevoel over aan de manier waarop ze behandeld worden tijdens een eerste aanmelding bij een OCMW: een verplichting tot telefonische afspraak, lange wachttijden zelfs mits afspraak, verplaatsen afspraak mits afwezigheid sociaal assistent, … Steeds meer hulpvragers hebben dan ook begeleiding nodig bij hun stappen naar het OCMW. Uiteindelijk kwam het OCMW bij 9,8% van de ondervraagde personen tussen. Daarenboven blijkt ook dat mensen zonder wettig verblijf pas naar de dokter stappen indien ze al een tijdje ziek zijn.

Aanbevelingen:
• Uitklaren van de term Dringende Medische Hulp mits duidelijke nadruk op preventieve zorg. • Harmonisatie van de communicatie vanuit het OCMW en het opstellen van een draaiboek over de toepassing van Dringende Medische Hulp binnen hun specifiek grondgebied. • Een gespecialiseerde cel ‘Dringende Medische Hulp’ binnen het OCMW. • Investeren in een klantvriendelijk onthaal.

Geen directe toegang tot medische zorgen
In veel Brusselse OCMW’s is er geen systeem van een eerste gratis consultatie bij een huisarts. Dit maakt het moeilijk voor mensen zonder wettig verblijf om een attest Dringende Medische Hulp te bekomen. Bij de OCMW’s die wel werken met een eerste gratis consultatie, verloopt de procedure niet altijd even vlot omwille van communicatie- en onthaalproblemen, lange wachttijden voor een eerste afspraak en een tekort aan artsen die een samenwerkingsakkoord met het OCMW hebben. Het behoeftigheidsonderzoek van het OCMW kan dertig dagen of langer duren. Indien men in tussentijd niet onmiddellijk een dokter kan raadplegen, verergert de ziekte, wordt de spoedgevallendienst opgezocht, … Indien iemand zich dan aanmeldt op een spoeddienst, krijgt hij vaak te horen dat de problematiek (nog) niet ernstig genoeg is of de urgentie niet kan worden vastgesteld. Soms wordt hij weggestuurd met een voorschrift voor een pijnstiller, die hij vaak niet kan betalen.

Aanbevelingen:
• Het OCMW gaat actief op zoek naar samenwerkingen met zorgverstrekkers om deze gratis eerste consultatie te kunnen garanderen. • Het invoeren van een preventieve medische kaart: een procedure waarbij personen al vóór de nood aan medische zorgen een, voorlopige, medische kaart kunnen verkrijgen. • Een gemeenschappelijke Brusselse spoedprocedure voor dringende medische situaties waarvoor álle OCMW’s samenwerken met álle ziekenhuizen in het Brussels gewest.

Moeilijk toegankelijke procedure voor thuis- en daklozen
Omwille van verschillende redenen verkrijgen mensen zonder wettig verblijf die geen vaste verblijfplaats hebben moeilijk Drin¬gende Medische Hulp. Gezien OCMW’s per gemeente werken, aanvaarden ze immers enkel personen die kunnen aantonen dat ze in de gemeente verblijven. Voor veel mensen zonder wettig verblijf is het echter moeilijk om (regelmatig) huur te betalen, ze verblijven vaak niet lang op eenzelfde adres, leven op straat, … Som¬migen kunnen tijdelijk bij vrienden, kennissen of derden verblijven, maar die zijn dikwijls niet akkoord dat hun adres aan het OCMW wordt doorgegeven. Ze vrezen voor hun OCMW-steun als alleenstaande. Verder vragen de OCMW’s steeds meer bewijzen van de verblijfplaats en verklaren zich soms niet bevoegd voor een persoon zonder verblijfplaats en wijzen hem door naar een ander OCMW, wat tot een bevoegdheids¬conflict leidt én een lijdensweg voor de persoon.

Aanbevelingen:
• De OCMW’s laten samenwoonst met iemand zonder wettig verblijf, die geen familielid is in de eerste graad, geen invloed hebben op de uitkering. • OCMW’s stellen zich soepeler op betreffende hun territoriale bevoegdheid.

Het memorandum werd ondertekend en ondersteund door vele organisaties zoals Regionaal Integratiecentrum Foyer, Kruispunt Migratie – Integratie, Coordination et Initiatives pour Réfugiés et Etrangers, Caritas, de Brusselse Welzijnsraad, het Huis voor Gezondheid, … Ook belangrijke actoren om medisch vlak tekenden mee: de Brusselse Huisartsenkring, de vereniging van Wijkgezondheidscentra, la Féderation des Maisons Médicales en la Fédération des Associations de Médecins Généralistes de Bruxelles.

Beleidswerk

We hopen dat dit memorandum de basis kan vormen voor gesprekken met beleidsmakers. Gedurende de zomerperiode trachten we politieke partijen aan te spreken betreffende hun standpunt ten opzichte van deze problematiek. We spreken ook de POD Maatschappelijke Integratie, Staatssecretaris De Block, de VGC en de GGC aan. Het memorandum wordt in de zomer ook bezorgd aan de verschillende OCMW’s en de Conferentie van Brusselse OCMW-voorzitters. We zullen aansturen op een dialoog met de OCMW’s na de verkiezingen gezien de eventuele nieuwe samenstelling van de OMCW-raden.

Meeting levert een actieve bijdrage aan het uitoefenen van de grondrechten en toekomstperspectieven van mensen zonder wettig verblijf in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Meeting
Oppemstraat 54
1000 Brussel
Tel. 02/502.11.40
E-mail: info@meetingvzw.be

Meeting is een deelwerking van Samenlevingsopbouw Brussel vzw en Link=Brussel vzw met de financiële steun van de Vlaamse Gemeenschap en Vlaamse Gemeenschapscommissie.